De dagen worden korter en het wordt steeds vroeger donker. Terwijl veel mensen nog op het werk zijn of onderweg naar huis, brandt er in heel wat woningen nog geen licht. Dat kan een woning een onbewoonde indruk geven. Daarom is het nu een goed moment om de beveiliging van je huis onder de loep te nemen. Met enkele eenvoudige maatregelen kun je het risico op een woninginbraak helpen verkleinen.
De Federale Politie benadrukt dat inbrekers vaak toeslaan wanneer bewoners afwezig zijn. Ook de achterzijde van een woning verdient extra aandacht: die is doorgaans minder zichtbaar voor voorbijgangers en kan daardoor aantrekkelijker zijn voor een inbreker.
Geef je woning een bewoonde indruk
Een van de eenvoudigste maatregelen is ervoor zorgen dat het lijkt alsof er iemand thuis is. Dat kan met een tijdschakelaar of slimme verlichting. Laat bijvoorbeeld op verschillende tijdstippen lampen in de woonkamer en keuken branden wanneer je 's avonds niet thuis bent.
Laat je woning niet volledig in het donker achter als je pas laat terugkeert. Tegelijk is het verstandig om niet zomaar alle verlichting de hele avond te laten branden. Wisselende verlichting geeft een natuurlijkere indruk.
Ga je voor langere tijd weg? Vraag dan aan een buur, vriend of familielid om de brievenbus leeg te maken en af en toe een oogje in het zeil te houden. Sommige politiezones bieden bovendien gratis vakantietoezicht aan. Informeer bij je lokale politie of dat in jouw gemeente mogelijk is.
Vergeet ramen en achterdeuren niet
Het klinkt vanzelfsprekend, maar een openstaand raam of een niet-afgesloten achterdeur kan een woning kwetsbaar maken. Sluit daarom ramen en deuren altijd goed af wanneer je vertrekt, ook als je maar even weg bent.
Controleer ook ramen op de bovenverdieping, de garage en eventuele kelderopeningen. Volgens de federale preventiedienst BeSafe helpen kwaliteitsvolle sloten en degelijk hang- en sluitwerk om een inbraak moeilijker te maken. Denk bijvoorbeeld aan een veiligheidscilinder, een meerpuntssluiting en vergrendelbare raamkrukken.
Licht schrikt af, maar goede sloten blijven belangrijk
Buitenverlichting met een bewegingssensor is een praktische aanvulling. Zodra iemand in de buurt van de woning komt, springt het licht aan. Dat kan ongewenste bezoekers opvallen en maakt het moeilijker om ongezien rond de woning te bewegen.
Ook een alarmsysteem of camera kan helpen om verdachte situaties op te merken. Zulke elektronische systemen zijn volgens BeSafe wel een aanvulling op goede fysieke beveiliging, geen vervanging ervan. Zorg er dus eerst voor dat ramen en deuren degelijk beveiligd zijn.
Maak het inbrekers niet te gemakkelijk
Laat geen ladders, gereedschap of ander materiaal in de tuin rondslingeren. Daarmee kan iemand gemakkelijker bij een raam of deur komen. Berg waardevolle spullen bovendien op uit het zicht van voorbijgangers. Denk aan laptops, smartphones, juwelen en andere gemakkelijk mee te nemen voorwerpen.
Wees ook voorzichtig met berichten op sociale media. Maak niet openbaar bekend dat je een weekend of langere periode weg bent zolang je woning leegstaat.
Wie zijn woning extra wil beveiligen, kan bij de gemeente of politie informeren naar een diefstalpreventieadviseur. Die kan bekijken waar de zwakke plekken zitten en welke maatregelen zinvol zijn.
De belangrijkste tip? Wacht niet tot er in de buurt wordt ingebroken om actie te ondernemen. Door nu je sloten, verlichting en dagelijkse gewoonten te controleren, maak je je woning beter voorbereid op de donkere maanden.