Nu de koudere maanden eraan komen, gaat de verwarming in veel Belgische woningen opnieuw vaker aan. Maar op hoeveel graden stel je de thermostaat het best in? Zet je hem op 21 graden voor extra comfort, of kun je met een lagere temperatuur flink besparen? Volgens de Vlaamse overheid hangt de aanbevolen temperatuur af van de ruimte die je verwarmt. Met enkele eenvoudige aanpassingen kun je het binnen aangenaam houden zonder onnodig veel energie te verbruiken.
20 graden in de woonkamer is een goed uitgangspunt
Voor de woonkamer, eetkamer en een werkruimte is 20 graden Celsius een veelgebruikte richttemperatuur. Wie vooral energie wil besparen, kan proberen om de temperatuur op 19 graden te houden. Of dat comfortabel aanvoelt, hangt onder meer af van je woning, de isolatie en je persoonlijke voorkeur.
Elke graad lager kan een verschil maken op de energiefactuur. Volgens de Vlaamse overheid verbruikt een verwarmingstoestel ongeveer 7 procent minder wanneer je de thermostaat één graad lager zet. Dat is een richtwaarde: de werkelijke besparing hangt af van onder meer je verwarmingssysteem en woning.
Welke temperatuur kies je per kamer?
Niet elke ruimte hoeft even warm te zijn. De Vlaamse overheid geeft de volgende richtwaarden voor de verwarming:
- Woonkamer en eetkamer: ongeveer 20 graden.
- Keuken: ongeveer 18 graden.
- Slaapkamer: ongeveer 16 graden.
- Badkamer: ongeveer 23 graden wanneer je ze gebruikt.
Vooral in de badkamer is het niet nodig om de verwarming de hele dag hoog te laten staan. Je kunt de temperatuur tijdelijk verhogen wanneer je gaat douchen of baden en daarna opnieuw verlagen.
Hoe stel je de thermostaat 's nachts in?
Wanneer je gaat slapen, mag de temperatuur doorgaans omlaag. De Vlaamse overheid raadt aan om de thermostaat ongeveer een uur voor het slapengaan terug te draaien naar 14 à 16 graden.
Bij vloerverwarming ligt dat anders. Die reageert trager dan klassieke radiatoren. Grote temperatuurschommelingen zijn daardoor niet altijd praktisch. Bij een warmtepomp kan een beperkte temperatuurverlaging bovendien efficiënter zijn dan het systeem telkens sterk te laten afkoelen en opnieuw opwarmen. Volg daarom de aanbevelingen voor jouw verwarmingssysteem.
Pas op dat je woning niet te koud wordt
De verwarming zo laag mogelijk zetten, is niet altijd de beste oplossing. In een woning die te sterk afkoelt, kunnen vochtproblemen en condensatie ontstaan. Dat risico is groter in slecht geventileerde ruimtes en woningen met koude muren.
Verwarm daarom vooral de ruimtes waarin je veel tijd doorbrengt en laat andere kamers niet onnodig koud worden. Ventileer voldoende en let op signalen zoals condens op ramen of vochtplekken.