Wie Nederland aan buitenlandse toeristen moet uitleggen, komt al snel uit bij molens, houten huisjes, kaas en klompen. Op de Zaanse Schans komen die typische Nederlandse beelden allemaal samen. Het historische molendorp bij Zaandam is daardoor uitgegroeid tot een van de bekendste plekken van Nederland.
Toch is de aantrekkingskracht groter dan alleen het bekende plaatje.
Een dorp dat geschiedenis vertelt
De Zaanse Schans ligt aan de rivier de Zaan, op ongeveer twintig minuten van Amsterdam. De locatie is bovendien eenvoudig bereikbaar: vanaf station Zaandijk Zaanse Schans wandel je in ongeveer een kwartier naar het gebied.
Wat bezoekers vandaag zien, is een combinatie van historische gebouwen, molens, ambachtelijke werkplaatsen, musea en woningen. Het bijzondere is dat het geen traditioneel openluchtmuseum is. Er wonen en werken nog altijd mensen op de Zaanse Schans.
De geschiedenis van de plek gaat bovendien verder terug dan de meeste bezoekers verwachten. Het idee voor de Zaanse Schans ontstond na de Tweede Wereldoorlog, toen gevreesd werd dat de karakteristieke Zaanse houtbouw zou verdwijnen. Vanaf de jaren 50 werden historische woningen en molens naar het gebied verplaatst. In 1972 werd de Zaanse Schans officieel geopend door koningin Juliana.
De beroemde molens zijn meer dan decor
De molens zijn natuurlijk de grootste blikvangers. Maar ze waren ooit onderdeel van een enorme industriële bedrijvigheid.
Rond 1700 stonden er in de Zaanstreek naar schatting zo'n 600 molens tegelijk. In totaal hebben er door de eeuwen heen meer dan 1.200 gestaan. De molens werden gebruikt voor onder meer het zagen van hout, het produceren van olie, het malen van meel en het verwerken van specerijen.
Een aantal daarvan kan vandaag nog worden bezocht. Bij bijvoorbeeld De Zoeker, De Kat, De Huisman en Het Jonge Schaap krijgen bezoekers een idee van hoe belangrijk windkracht ooit was voor de economie van de streek.
Niet alleen kijken, maar ook proeven
Een ander onderdeel van de aantrekkingskracht zijn de oude ambachten. Bezoekers kunnen onder meer zien hoe klompen en kaas worden gemaakt en traditionele technieken ontdekken in verschillende werkplaatsen. Er zijn daarnaast winkels, restaurants en musea.
Daardoor is een bezoek meer dan alleen een wandeling langs een rij molens. Je kunt er gemakkelijk enkele uren doorbrengen en verschillende onderdelen van de geschiedenis van de Zaanstreek ontdekken.
Gratis binnenkomen
Een bijkomend voordeel is dat je geen toegangsticket nodig hebt om de Zaanse Schans zelf te bezoeken. Het gebied is een openbare plek en het hele jaar toegankelijk. Voor bepaalde molens en musea moet je wel betalen.
Dat maakt de plek aantrekkelijk voor zowel toeristen die uitgebreid willen rondkijken als bezoekers die gewoon een wandeling willen maken en foto's willen nemen.
Waarom blijft het zo populair?
De kracht van de Zaanse Schans zit uiteindelijk in de combinatie. Op één plek krijg je historische windmolens, groene houten huizen, water, ambachten en een typisch Hollands landschap voorgeschoteld. Bovendien ligt het vlak bij Amsterdam.
Voor buitenlandse bezoekers is dat een bijzonder herkenbaar beeld van Nederland. En voor Nederlanders zelf is het een kans om een stukje industriële en culturele geschiedenis van de Zaanstreek van dichtbij te beleven.
Wie dus denkt dat de Zaanse Schans alleen een verzameling mooie molens is, mist een groot deel van het verhaal. Achter het fotogenieke landschap schuilt een streek die ooit een belangrijk centrum van handel, scheepsbouw en industrie was.