Laadpasbedrijven passen de zogenaamde 'rotatietarieven' voor het elektrisch laden van voertuigen niet altijd correct toe, zo blijkt uit
vrtnws. Verschillende e-rijders kregen de afgelopen maanden onterechte kosten aangerekend. Dat blijkt uit diverse klachten en wordt nu ook officieel bevestigd door de stad Gent. Gents schepen van Mobiliteit Joris Vandenbroucke reageert gefrustreerd en wijst met de vinger naar de gebrekkige transparantie van externe laadpasaanbieders. Hij benadrukt dat de fout niet bij de stad zelf ligt.
Rotatietarieven — in de volksmond ook wel bekend als blokkeertarieven of kleeftarieven — zijn ontworpen om de doorstroom aan publieke laadpalen te bevorderen. Het principe is eenvoudig: wie zijn elektrische auto laat staan nadat de batterij is volgeladen, betaalt een extra vergoeding per uur. Hiermee willen lokale besturen voorkomen dat laadpunten onnodig lang bezet blijven door 'klevers'. Inmiddels hebben zo'n 35 Vlaamse steden en gemeenten een dergelijke regeling ingevoerd, waaronder de stad Gent.
Nachtelijke fouten bij Gentse laadpalen
In Gent trad het rotatietarief op 1 februari in werking voor de circa 550 laadpalen van concessiehouder TotalEnergies. De regel stelt dat wie langer dan vier uur laadt, een toeslag van 3,60 euro per extra uur betaalt. Cruciaal hierbij is dat deze maatregel enkel geldt tussen 8 uur 's ochtends en 22 uur 's avonds. Gedurende de nachtelijke uren is parkeren aan de laadpaal dus volledig vrijgesteld van het kleeftarief, zodat buurtbewoners hun wagen er 's nachts probleemloos kunnen achterlaten.
Daar duiken nu echter grote problemen mee op. Er zijn verschillende getuigenissen binnengekomen van Gentenaars die ook 's nachts — volledig onterecht dus — rotatietarieven aangerekend kregen. In één specifiek voorbeeld liep de onterechte schade voor de gedupeerde chauffeur op tot maar liefst 50 euro extra in slechts een paar maanden tijd. Ook bij het Gentse stadsbestuur stromen de klachten hierover binnen.
Stad wast handen in onschuld en wijst naar MSP's
Mobiliteitsschepen Joris Vandenbroucke benadrukt met klem dat het niet de stad Gent is die de facturen opmaakt. De verantwoordelijkheid ligt volgens hem bij de laadpasbedrijven, de zogenaamde Mobility Service Providers (MSP's). De meerderheid van de automobilisten gebruikt een laadpas van zo'n MSP om een laadsessie te starten. Dit bedrijf brengt vervolgens alle elementen van de laadbeurt samen op één maandelijkse factuur: de basisprijs van de energie, het eventuele rotatietarief en de administratieve kosten voor hun eigen dienstverlening.
Volgens Vandenbroucke gaat het bij die verwerking vaak mis. De stad Gent ontvangt veel klachten van burgers bij wie te hoge kosten zijn aangerekend die noch van de stad, noch van laadpaalconcessiehouder TotalEnergies komen. De foutieve bedragen zijn rechtstreeks afkomstig van de laadpasaanbieders, soms op basis van zeer onduidelijke gronden.
Minister ingeschakeld voor meer transparantie
Klanten die te veel hebben betaald, moeten in de eerste plaats zelf contact opnemen met het bedrijf achter hun laadpas om verhaal te halen en het onterechte bedrag terug te vorderen. Toch wil de Gentse schepen niet lijdzaam toekijken. Naar aanleiding van de klachten heeft hij de situatie officieel gesignaleerd aan minister van Consumentenzaken Rob Beenders. Vandenbroucke kaart aan dat de aanrekening van de kosten momenteel erg onduidelijk verloopt en dat de laadpasaanbieders niet uitblinken in transparantie. Er is volgens hem nood aan een kritische blik op de sector. Het kabinet-Beenders heeft laten weten de kwestie momenteel te onderzoeken.
Daarnaast heeft de schepen een officiële brief opgesteld voor concessiehouder TotalEnergies. Omdat de stad Gent geen rechtstreekse contractuele relatie heeft met de tientallen verschillende laadpasbedrijven, maar TotalEnergies via het roamingnetwerk wel, vraagt de stad aan de concessiehouder om haar verantwoordelijkheid te nemen. TotalEnergies moet de aangesloten laadpasbedrijven er expliciet op wijzen dat de Gentse rotatietarieven nooit tussen 22 uur 's avonds en 8 uur 's morgens in rekening mogen worden gebracht.