Een investering van miljoenen euro’s kon het Antwerpse Plopsa Station niet rendabel maken. CEO Carl Lenaerts kijkt in de podcast CEX Stories terug op de mislukte vestiging en benoemt verschillende factoren die volgens hem een rol speelden. Niet alleen de financiële resultaten waren problematisch, ook de opbouw van het gebouw en veranderingen in het bezoekerspubliek vormden obstakels.
Het attractiepark in Antwerpen-Centraal sloot in januari 2026 definitief de deuren. Plopsa had eerder geprobeerd om de locatie nieuw leven in te blazen. Na een verbouwing van ongeveer 6 miljoen euro opende het park in oktober 2021 opnieuw. Naast de oorspronkelijke stripfiguren kregen ook Plopsa-personages zoals Bumba, K3 en Maya de Bij een plaats. Toch kwam de verwachte doorbraak er niet.
Ouders konden kinderen moeilijk volgen
Volgens Lenaerts had het gebouw een structureel nadeel. Het park was verspreid over drie niveaus, waardoor ouders voortdurend tussen verdiepingen moesten bewegen om hun kinderen te volgen. “Het was een locatie op drie niveaus”, legt de CEO uit.
Hij vergelijkt die situatie met andere Plopsa-vestigingen, waar ouders gemakkelijker aan een tafel kunnen plaatsnemen terwijl hun kinderen spelen. Die praktische beperking maakte het volgens hem moeilijker om een aangename bezoekerservaring te creëren.
Minder Joodse bezoekers
Tijdens het gesprek haalt Lenaerts ook de Joodse gemeenschap in Antwerpen aan. Hij zegt dat Joodse gezinnen vroeger graag naar het park kwamen, maar dat de situatie de afgelopen jaren veranderd is. “Die kwamen graag bij ons, die kwamen zeer graag bij ons, maar door de problemen die er geweest zijn en nog zijn, komen die mensen bijna niet meer naar buiten”, aldus Lenaerts.
De CEO specificeert niet op welke problemen hij precies doelt. Evenmin geeft hij cijfers over het aantal Joodse bezoekers of de omvang van de daling. Wel gebruikt hij de ontwikkeling als voorbeeld bij de moeilijke investeringskeuzes die Plopsa moest maken.
“Blijven proberen en aanmodderen is ook niet goed”, besluit Lenaerts. Volgens hem was het uiteindelijk verstandiger om middelen in andere projecten te investeren dan een verlieslatende locatie zonder duidelijk perspectief open te houden.