Het is definitief: de federale Programmawet is gestemd en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Vanaf woensdag 1 juli 2026 wordt het voor Belgische kmo's en ondernemers merkbaar duurder om winsten uit de vennootschap uit te keren via dividenden. De wetgever sleutelt hiermee aan de twee populairste fiscale gunstregimes voor kmo's: het VVPRbis-stelsel en de liquidatiereserve.
VVPRbis-dividenden: Van 15 naar 18 procent
Het VVPRbis-regime laat kleine vennootschappen, onder bepaalde voorwaarden zoals een inbreng in geld, toe om dividenden uit te keren tegen een verlaagd tarief in de roerende voorheffing, in plaats van de standaard dertig procent. Tot en met 30 juni 2026 betaalde je na een wachttermijn van drie boekjaren een gunstig tarief van vijftien procent roerende voorheffing. Vanaf 1 juli 2026 stijgt dit tarief onherroepelijk naar achttien procent.
Dividenden die vanaf 1 juli 2026 worden toegekend of betaalbaar gesteld, vallen automatisch onder dit nieuwe tarief. Het fiscale voordeel ten opzichte van het standaardtarief blijft weliswaar bestaan, maar de hap die de fiscus uit de winst neemt wordt groter.
De Liquidatiereserve: Wachten wordt zwaarder belast
Ook de populaire liquidatiereserve ontsnapt niet aan de verhoging. Bij dit systeem betaal je bij de winstbestemming al een anticipatieve heffing van tien procent om de winst later goedkoper uit te keren. De overheid maakt bij de nieuwe regels een strikt onderscheid tussen oude en nieuwe reserves.
Voor reeds opgebouwde reserves, aangelegd in boekjaren die afsloot tot en met dertig december 2025, verandert er gelukkig niets. De oude overgangstarieven van twintig procent bij uitkering binnen drie jaar, zeseneenhalve procent tussen drie en vijf jaar, en vijf procent na vijf jaar blijven hier gewoon gelden.
Voor de nieuwe reserves, die worden aangelegd in boekjaren die afsluiten vanaf eenendertig december 2025, gelden aanzienlijk strengere regels. Een uitkering binnen de drie jaar wordt vanaf 1 juli belast tegen het standaardtarief van dertig procent. Wacht je netjes de termijn van drie jaar af, dan stijgt de roerende voorheffing bij de uitkering van zeseneenhalve procent naar negen komma acht procent.
Nieuwe en strenge antimisbruikbepaling
Om te vermijden dat ondernemers massaal hun vennootschap sluiten en vereffenen om de opgebouwde liquidatiereserves aan nul procent roerende voorheffing belastingvrij te incasseren, introduceert de wetgever een antimisbruikregel. Dit moet voorkomen dat een ondernemer direct na de sluiting een identieke nieuwe vennootschap opricht om dezelfde activiteiten voort te zetten.
Als je de activiteiten binnen een periode van minder dan drie jaar na de vereffening heropstart, al dan niet onder een andere naam of vorm, kan de fiscus de eerdere belastingvrije uitkering alsnog belasten in de personenbelasting. Je ontsnapt hier alleen aan als je hard kunt maken dat de stopzetting en heropstart gebeurden om legitieme, economische redenen en niet louter om belastingen te ontwijken.
Wat kan je nu nog doen?
Aangezien de wet vanaf 1 juli 2026 ingaat, is de deadline voor het oude tarief nu definitief verstreken. Wie vóór 1 juli nog snel een interim- of tussentijds dividend heeft uitgekeerd, en daarbij de verplichte balanstest en liquiditeitstest heeft doorlopen, heeft de vijftien procent nog veilig kunnen stellen.
Voor toekomstige winstuitkeringen is het zaak om samen met je accountant of dossierbeheerder de dividendpolitiek opnieuw tegen het licht te houden. Hoewel beide systemen minder gul zijn geworden, blijven ze in vergelijking met de standaard dertig procent roerende voorheffing, of de hoge tarieven in de personenbelasting op loon, nog steeds de meest fiscaalvriendelijke manieren om geld uit je kmo te halen.