Met het geleidelijk verstrijken van de zomer richten meteorologen en weerliefhebbers hun blik op de seizoensmodellen voor de komende winter. Het voorspellen van het weer over een periode van meerdere maanden is een van de meest complexe uitdagingen binnen de meteorologie. Waar dagelijkse weersverwachtingen kijken naar de exacte locatie van buien en fronten, draait het bij langetermijnmodellen om grootschalige patronen, atmosferische stromingen en oceaananomalieën.
Wat laten de toonaangevende weermodellen zoals het Europese ECMWF en het Amerikaanse CFS/NOAA zien voor West-Europa? En hoe groot is de kans op een klassieke kwakkelwinter of juist een periode met koning winter aan het roer?
Hoe werken langetermijnweermodellen?
Om de winterprognoses te begrijpen, is het belangrijk om te weten hoe de modellen tot hun berekeningen komen. Meteorologische diensten kijken niet naar dagkoersen, maar berekenen afwijkingen ten opzichte van het klimaatgemiddelde (de zogenaamde anomalieën).
Belangrijke factoren die hierin een rol spelen zijn:
- El Niño & La Niña (ENSO): De temperatuur van het zeewater in de Stille Oceaan beïnvloedt de wereldwijde straalstroom.
- Zeewatertemperaturen (SST): Een relatief warme Noordzee of Atlantische Oceaan werkt vaak als een buffer tegen vroege, extreme kou.
- De Poolwervel (Polar Vortex): Een sterke poolwervel houdt de koude lucht op de noordpool gevangen; een zwakke of verstoorde poolwervel kan koude continentale lucht naar West-Europa doen uitstromen.
Het algemene beeld: milder en wisselvallig
Kijkend naar de verzamelde data van de grote seizoensmodellen springt één trend er direct uit: de kans op een bovengemiddeld milde winter is opnieuw het grootst.
Het ECMWF-model laat voor een groot deel van West- en Centraal-Europa temperaturen zien die circa 0,5 °C tot 1,5 °C boven de klimatologische normaal liggen. Dit betekent dat de overheersende windrichting gedurende de wintermaanden vaak in de zuidwesthoek te vinden zal zijn, waarmee milde en vochtige lucht vanaf de Atlantische Oceaan wordt aangevoerd.
- Temperatuur: Berekend op 0,5 °C tot 1,5 °C boven normaal. Dit leidt tot een milder verloop met aanzienlijk minder vorstdagen.
- Neerslag: Normaal tot licht bovengemiddeld, wat duidt op een regelmatig wisselvallig weerbeeld.
- Drukpatronen: Lage druk boven het noorden en hoge druk in het zuiden stimuleren een krachtige westcirculatie met herfstachtige trekjes.
Aangezien een milde West-Europese winter inherent gekoppeld is aan wisselvalligheid, laten de neerslagkaarten bovendien een vrij nat profiel zien. Lagedrukgebieden passeren met regelmaat de Noordzee en de Benelux, wat leidt tot een afwisseling van regen, harde wind en af en toe een korte opklaring.
De Verrassing van de Poolwervel en La Niña
Hoewel de hoofd trend mild is, betekent een "warme winter" op papier niet dat er geen ruimte is voor winterse perioden. Twee specifieke elementen houden de meteo-experts momenteel bezig:
1. Een Mogelijk Zwakkere Poolwervel
Vroege indicaties in de stratosfeer laten zien dat de poolwervel aan het begin van het seizoen gevoeliger kan zijn voor verstoringen. Wanneer er sprake is van een zogenaamde Sudden Stratospheric Warming (SSW), kan de straalstroom gaan meanderen. Dit vergroot de kans op een hoogdruksysteem boven Groenland of Scandinavië, waardoor de wind plotseling naar het oosten of noordoosten draait en bitterkoude Arctische lucht onze regio kan bereiken.
2. Invloed van La Niña
De aanwezigheid van een zwakke tot matige La Niña stuurt de globale circulatie aan. Hoewel het effect van La Niña op het West-Europese weer historisch gezien subtiel is, zorgt het in combinatie met specifieke Atlantische zeewatertemperaturen soms voor zogeheten "geblokkeerde patronen". Mocht dit gebeuren in januari, dan nemen de kansen op een periode met nachtvorst en lichte ijspret lokaal toe.
Verloop per wintermaand (verwachting)
- December: De winter start naar verwachting vrij onstuimig met veel Atlantische invloed. Hoge neerslagsommen en milde temperaturen voeren de boventoon, al kan een tijdelijke noordweststroming af en toe zorgen voor een laagje natte sneeuw in de hoger gelegen gebieden.
- Januari: Dit is statistisch gezien de koudste maand en ook in de seizoensmodellen de periode met de grootste kans op blokkades. Als Koning Winter ergens zijn kans grijpt, ligt het zwaartepunt in januari.
- Februari: De modellen neigen voor de slotmaand van de meteorologische winter weer naar een herstel van de westcirculatie. Dit vertaalt zich opnieuw naar milde temperaturen, vrij veel wind en geregeld regen.
Conclusie: moeten de schaatsen uit het vet?
Wie hoopt op een ouderwetse kwakkelwinter met wekenlang ijs en grote sneeuwduinen, moet zich baseren op de uitzonderingen en niet op de hoofdtrend. De langetermijnweermodellen wijzen eenduidig naar een overheersend milde, natte en wisselvallige winter.
Toch sluiten deze gemiddelden korte, felle winterprikken zeker niet uit. Een enkele verstoring in de poolwervel kan volstaan om het weerbeeld voor een week of twee compleet te doen kantelen. Maar voor de overgrote meerderheid van de winterdagen lijkt de paraplu een nuttiger attribuut dan de schaats.