Telenet heeft zijn telecomaanbod grondig vernieuwd. Klanten kunnen voortaan zelf hun pakket met internet, mobiele telefonie en entertainment samenstellen. Die verandering roept heel wat vragen op, zeker omdat de nieuwe tarieven voor sommige consumenten een stuk hoger liggen. Toch is er een belangrijk verschil tussen bestaande en nieuwe klanten.
Sinds de lancering van het vernieuwde aanbod in april 2026 werkt Telenet met afzonderlijke producten in plaats van de vroegere vaste bundels. Klanten kiezen zelf welke diensten ze combineren en betalen voor de onderdelen die ze daadwerkelijk afnemen.
Moeten bestaande klanten meer betalen?
Dat is niet automatisch het geval. Telenet benadrukt dat bestaande klanten hun huidige producten en prijzen mogen behouden zolang ze zelf geen overstap maken. Er is dus geen algemene verplichting om onmiddellijk naar het nieuwe aanbod te veranderen.
Voor nieuwe klanten liggen de prijzen wel anders. Zo kost het goedkoopste nieuwe internetabonnement volgens de aankondiging van de minister van Consumentenbescherming 56 euro per maand. Ter vergelijking: de vroegere basisformule kostte 36 euro. Dat verschil van twintig euro leidde in april tot heel wat discussie.
Minister Rob Beenders kondigde daarop een onderzoek naar de nieuwe tarieven aan. Hij vroeg onder meer aandacht voor de betaalbaarheid en de transparantie van het aanbod.
Ook oude tv-apparatuur speelt een rol
Er verandert bovendien iets voor een specifieke groep klanten die nog uitsluitend digitale televisie gebruiken. Wie door verouderde technologie zijn oude Digicorder moet vervangen, kan volgens Telenet ook na de lancering van het nieuwe aanbod terecht bij een internetformule van 100 Mbps voor 34,99 euro per maand. Dat aanbod blijft behouden zolang het inruilproces van de oude Digicorders loopt.
Waarop moeten klanten letten?
Wie overweegt om zijn abonnement aan te passen, doet er goed aan eerst de totale maandprijs te vergelijken. Een combinatie van afzonderlijke diensten kan voordeliger zijn, maar dat hangt volledig af van wat je nodig hebt.
Bovendien geldt: wie een contractuele prijsverhoging of andere nadelige contractwijziging krijgt, heeft doorgaans het recht om binnen drie maanden kosteloos op te zeggen. Een uitzondering is onder meer een vooraf contractueel vastgelegde indexering.