Terwijl Vlaanderen de mond vol heeft van inclusie, botst de realiteit voor personen met een beperking nog dagelijks op keiharde drempels. Voor Mira is dit geen abstract politiek debat, maar de dagelijkse realiteit van haar broer. Hoewel er in 2026 stappen worden gezet, blijft de publieke ruimte volgens haar een mijnenveld van hindernissen.
Vastlopen op de stoeprand
Voor Mira en haar broer begint de uitdaging vaak al bij de voordeur. Of het nu gaat om een namiddagje shoppen of een bezoek aan het gemeentehuis, de obstakels zijn legio. "Het zijn niet alleen de grote trappen", vertelt Mira. "Het zijn de kleine dingen: een te hoge drempel bij de bakker, een terras dat de volledige doorgang op het voetpad blokkeert, of een lift die 'tijdelijk' buiten gebruik is maar al maanden niet gerepareerd wordt."
Uit recente evaluaties van het Vlaamse toegankelijkheidsbeleid blijkt dat haar frustratie terecht is. Adviesraden zoals NOOZO trekken aan de alarmbel: veel publieke gebouwen, van dokterspraktijken tot sportcentra, voldoen nog steeds niet aan de basisnormen. Voor Mira’s broer betekent dit dat hij vaak afhankelijk is van anderen om ergens binnen te geraken, wat zijn zelfstandigheid en waardigheid direct aantast.
Het slakkentempo van de NMBS
Een van de grootste pijnpunten blijft het openbaar vervoer. Hoewel het 'Masterplan Toegankelijkheid' streeft naar verbetering, is de weg nog lang. Critici wijzen erop dat aan het huidige tempo de NMBS pas over negentig jaar volledig toegankelijk zal zijn voor iedereen. Voor Mira is dat onacceptabel. "Mijn broer wil gewoon de trein kunnen nemen naar zijn werk of vrienden, zonder dat hij drie dagen op voorhand assistentie moet reserveren die dan soms nog niet komt opdagen."
De Vlaamse overheid heeft zich tot doel gesteld dat tegen 2030 de helft van de haltes basistoegankelijk moet zijn, maar voor Mira voelt 2030 als een eeuwigheid weg. Ze ziet dat lokale besturen, zoals Kortrijk, wel experimenteren met projectsubsidies voor toegankelijkheid, maar een uniforme, Vlaanderen-brede aanpak ontbreekt volgens haar nog te vaak.
Inclusie is meer dan een hellend vlak
Volgens Mira is er vooral een mentaliteitswijziging nodig bij architecten en beleidsmakers. "Toegankelijkheid wordt vaak gezien als een verplichte administratieve last, een 'extraatje' dat achteraf wordt toegevoegd", zegt ze. "Maar echte inclusie betekent dat je vanaf het eerste ontwerp nadenkt over iedereen: de rolstoelgebruiker, maar ook de ouder met een kinderwagen of de slechtziende senior."
In 2026 zijn de regels voor binnenverbouwingen versoepeld, maar de toegankelijkheidsverordening blijft gelukkig van kracht. Mira hoopt dat de handhaving strenger wordt. Voor haar is het simpel: een gebouw dat niet voor iedereen toegankelijk is, is simpelweg niet af. "Mijn broer vraagt geen voorkeursbehandeling", besluit ze, "hij vraagt alleen om dezelfde vrijheid die iedereen voor lief neemt: de vrijheid om overal binnen te kunnen lopen, of rollen."