Wie naast een vaste job nog een zelfstandige activiteit uitoefent, krijgt binnenkort meer mogelijkheden om een aanvullend
pensioen op te bouwen. Een nieuwe wettelijke regeling verlaagt de drempel voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen, beter bekend als VAPZ.
Naar schatting komen daardoor 101.644 zelfstandigen in bijberoep in aanmerking. Dat blijkt uit cijfers die CD&V-Kamerlid Nahima Lanjri opvroeg. Volgens haar zal uiteindelijk ongeveer de helft van die groep daadwerkelijk gebruikmaken van de nieuwe mogelijkheid.
Drempel wordt fors verlaagd
Tot nu toe konden zelfstandigen in bijberoep slechts onder strikte voorwaarden een VAPZ afsluiten. Ze moesten daarvoor ongeveer evenveel sociale bijdragen betalen als iemand die zelfstandige is in hoofdberoep. Daardoor bleef het systeem voor veel bijberoepers buiten bereik.
De nieuwe regeling maakt daar een einde aan. Zodra een zelfstandige in bijberoep een jaarinkomen van minstens 1.922,16 euro heeft, kan die voortaan bijdragen storten in een VAPZ-verzekering.
De wet kreeg al groen licht in het parlement, maar moet nog in het Belgisch Staatsblad verschijnen. De maatregel zou retroactief gelden vanaf 1 januari 2026. Bijberoepers zouden dus nog dit jaar van het fiscale voordeel kunnen genieten.
Fiscaal voordeel blijft belangrijk
Een VAPZ is niet alleen interessant omdat het een aanvullend pensioen oplevert. De premies kunnen ook volledig als beroepskosten worden afgetrokken. Daardoor dalen zowel de belastingen als de sociale bijdragen.
In bepaalde omstandigheden kan tot 63 procent van de gestorte premie worden gerecupereerd. Wie bijvoorbeeld 100 euro in een VAPZ stopt, betaalt in het beste geval uiteindelijk slechts 37 euro netto voor die pensioenopbouw.
Naast de uitbreiding voor bijberoepers worden ook de stortingsplafonds aangepast. Voor een gewoon VAPZ stijgt het maximum van 8,17 naar 8,50 procent van het referentie-inkomen, met een plafond van 4.251,39 euro. Bij een sociaal VAPZ gaat het percentage van 9,40 naar 9,78 procent, met een maximum van 4.891,60 euro.
Rendement en kosten vergelijken
Toch is niet elke VAPZ-formule even interessant. Veel verzekeringen werken met een kapitaalgarantie, waardoor het rendement doorgaans lager ligt dan bij aandelenbeleggingen. De gemiddelde opbrengst lag het voorbije jaar rond 2 à 3 procent.
Sommige aanbieders combineren een veilige tak 21-formule met een tak 23-fonds, dat gedeeltelijk in aandelen belegt. Ook Amonis scoorde de voorbije jaren sterk: het pensioenfonds rapporteerde over 2025 een nettorendement van 6,4 procent.
Wie een VAPZ afsluit, doet er tot slot goed aan ook de kosten te bekijken. Volgens een FSMA-studie bedroegen de gemiddelde instapkosten 3,82 procent. Onderhandelen over die kosten kan dus een aanzienlijk verschil maken.