De Belgische langetermijnrente heeft dinsdag een opvallende sprong gemaakt. De rente op tienjarige Belgische staatsobligaties klom boven 3,8 procent, het hoogste niveau sinds 2012. Ook in andere Europese landen lopen de langetermijnrentes op. Dat heeft niet alleen gevolgen voor de overheid, maar kan op termijn ook voelbaar worden voor gezinnen, spaarders en mensen die een woning willen kopen.
Waarom loopt de rente zo sterk op?
Een belangrijke oorzaak is de onrust op de energiemarkten. De spanningen in het Midden-Oosten hebben de olieprijzen opnieuw fors hoger geduwd. Brentolie noteerde dinsdag rond 91 dollar per vat. Beleggers vrezen daardoor dat de inflatie opnieuw langer hoog kan blijven.
Dat is belangrijk voor de rente. Wanneer beleggers verwachten dat inflatie hardnekkig blijft, willen ze doorgaans een hogere vergoeding om hun geld voor lange tijd uit te lenen. Tegelijk houden beleggers rekening met een mogelijk minder soepel monetair beleid.
De Europese Centrale Bank verhoogde in juni haar drie belangrijkste beleidsrentes al met 0,25 procentpunt vanwege de inflatiedruk die voortvloeit uit de energiecrisis. In juli hield de ECB de tarieven vervolgens ongewijzigd, maar benadrukte ze dat de onzekerheid rond energieprijzen en inflatie groot blijft.
België voelt het meteen in de staatskas
Voor België is de ontwikkeling vooral belangrijk omdat de overheid voortdurend geld moet lenen. Ons land heeft een hoge overheidsschuld en een aanzienlijk begrotingstekort. Wanneer nieuwe leningen tegen een hogere rente moeten worden uitgegeven, stijgen de rentelasten.
Dat geld kan vervolgens niet voor andere overheidsuitgaven worden gebruikt. Als de hogere rente langere tijd aanhoudt, wordt het bovendien moeilijker om de begroting op orde te krijgen.
De stijging is overigens geen puur Belgisch probleem. Ook Duitsland, Frankrijk en Italië zien hun langetermijnrentes oplopen. De Duitse tienjaarsrente bereikte dinsdag ongeveer 3,26 procent, het hoogste niveau sinds 2011.
Kunnen woonleningen duurder worden?
Voor wie binnenkort een woning wil kopen, is de ontwikkeling eveneens relevant. De rente op staatsobligaties is niet hetzelfde als de hypotheekrente, maar langetermijnrentes vormen wel een belangrijke referentie voor de financieringskosten van banken.
Als de hogere marktrentes aanhouden, kunnen banken die hogere kosten uiteindelijk doorrekenen in nieuwe woonkredieten. Een lening van bijvoorbeeld 300.000 euro kan bij een verschil van slechts enkele tienden van een procentpunt al honderden euro's extra rente per jaar kosten.
Wie al een lening met een vaste rente heeft, hoeft door deze beweging niet plots meer te betalen. Bij een variabele rente ligt dat anders: daar kunnen toekomstige renteaanpassingen wel een effect hebben.
Niet iedereen is slechter af
Een hogere rente heeft ook een positieve kant. Spaarders en beleggers kunnen op termijn profiteren van aantrekkelijkere rendementen op obligaties en andere vastrentende producten.
Tegelijk staan aandelenmarkten doorgaans onder druk wanneer langetermijnrentes sterk stijgen. Beleggers krijgen immers een aantrekkelijker alternatief in obligaties, terwijl hogere financieringskosten de winstvooruitzichten van bedrijven kunnen drukken.
Voor gezinnen is de boodschap daarom genuanceerd: hogere rentes zijn slecht nieuws voor wie moet lenen, maar kunnen juist interessant zijn voor wie geld beschikbaar heeft om te sparen of te beleggen.
Of de huidige rentestijging tijdelijk is of het begin vormt van een langere periode met hogere financieringskosten, zal vooral afhangen van de energieprijzen, de inflatie en de verdere geopolitieke ontwikkelingen.