Je kijkt 's morgens op je smartphone en ziet een stralend zonnetje voor de middag. Een paar uur later staat er plots een donkere wolk boven je hoofd en begint het te regenen. Het voelt dan alsof je weerapp er volledig naast zat. Maar dat betekent niet noodzakelijk dat de voorspelling slecht was. Het weer is simpelweg op sommige momenten veel moeilijker te voorspellen dan op andere.
Vooral bij buien en onweer kan een voorspelling op korte afstand al sterk verschillen. Het KMI legt uit dat lokale fenomenen zoals buien en mistbanken moeilijk exact per gemeente te voorspellen zijn. Een bui die volgens de verwachting enkele kilometers verderop zou vallen, kan uiteindelijk gewoon over jouw straat trekken.
Een bui voorspellen is bijzonder moeilijk
Dat probleem wordt vooral duidelijk bij zomerbuien. Weermodellen kunnen aangeven dat er ergens in een bepaalde regio buien ontstaan, maar de exacte locatie en timing zijn veel moeilijker te bepalen.
Volgens het KMI weet je bij sommige buien pas ongeveer een halfuur vooraf, mede dankzij de neerslagradar, veel nauwkeuriger waar de bui zal passeren.
Daarom kan een weerapp om 10 uur aangeven dat het om 15 uur waarschijnlijk droog blijft, terwijl de situatie enkele uren later helemaal anders wordt.
Hoe verder vooruit, hoe groter de onzekerheid
Ook de termijn van de voorspelling speelt een belangrijke rol. Weersmodellen vertrekken vanuit een bepaalde toestand van de atmosfeer. Kleine fouten in die begininformatie kunnen na verloop van tijd groter worden.
Het KMI beschrijft het weer daarom als een chaotisch systeem. Naarmate je verder vooruit kijkt, neemt de onzekerheid toe. Na ongeveer tien dagen wordt de voorspelbaarheid volgens het KMI zeer beperkt.
Dat betekent dus dat een voorspelling voor morgen doorgaans veel meer vertrouwen verdient dan een voorspelling voor over tien dagen.
Waarom verschillende apps iets anders zeggen
Het is ook normaal dat twee weerapps verschillende voorspellingen tonen. Ze kunnen gebruikmaken van verschillende modellen, gegevensbronnen en manieren om die informatie te verwerken.
Het KMI gebruikt bijvoorbeeld verschillende regionale modelconfiguraties, waaronder ALARO en AROME, en werkt daarnaast met ensemblevoorspellingen. Daarbij worden meerdere scenario's berekend om de onzekerheid beter in beeld te brengen.
Een voorspelling is dus geen vaststaand feit, maar een berekende verwachting.
Kijk niet alleen naar het icoontje
Een zonnetje of wolkje in een app kan bovendien een vertekend beeld geven. Het KMI waarschuwt dat een icoon op een langere termijn slechts een samenvatting is van het meest voorkomende weertype. Het vertelt niet noodzakelijk het volledige verhaal van een dag.
Wie een buitenactiviteit plant, kijkt daarom beter ook naar neerslagkans, radar, wind en de evolutie van de voorspelling.
De beste tip
Vooral bij wisselvallig weer heeft het weinig zin om één voorspelling urenlang als zekerheid te beschouwen. Controleer de verwachting opnieuw wanneer het moment dichterbij komt.
En bij regen of onweer kan de radar soms waardevoller zijn dan het icoontje voor de hele dag. Het KMI ververst kortetermijnverwachtingen meerdere keren per uur en combineert daarbij onder meer radar-, satelliet- en weerstationgegevens.
Kortom: als je weerapp er soms “compleet naast zit”, ligt dat niet altijd aan de app. Sommige weersituaties zijn gewoon veel minder voorspelbaar dan een smartphone-icoontje doet vermoeden.