Een wasmachine hoort je kleding fris te laten ruiken, maar soms gebeurt precies het tegenovergestelde. Zodra je de deur opent, komt er een muffe of zelfs zurige geur uit de trommel. Ook pas gewassen kleding kan daarna onfris ruiken. Dat betekent meestal niet dat je wasmiddel slecht is, maar dat er vuil, wasmiddelresten, vocht en micro-organismen in de machine zijn blijven zitten.
Een veelvoorkomende oorzaak is wat in de volksmond ‘vetluis’ wordt genoemd. Dat is geen insect, maar een ophoping van onder meer vet- en wasmiddelresten waarin bacteriën en schimmels kunnen voorkomen. Die aanslag kan zich onder meer bevinden in het deurrubber, de pomp en slangen.
Vooral lage temperaturen kunnen een rol spelen
Wie vrijwel altijd op 30 of 40 graden wast, kan na verloop van tijd met geurproblemen te maken krijgen. Bij lagere temperaturen kunnen vet- en wasmiddelresten zich gemakkelijker ophopen. Bosch adviseert daarom om regelmatig een programma van 60 °C of hoger te gebruiken en de hoeveelheid wasmiddel af te stemmen op de hoeveelheid wasgoed en de aanbevelingen van de fabrikant.
Dat betekent overigens niet dat je iedere was op 60 graden moet draaien. Voor veel kleding zijn lagere temperaturen prima. Het gaat vooral om het regelmatig onderhouden van de machine.
Kijk vooral eens onder het rubber
Bij een voorlader is het deurrubber een belangrijke plek om te controleren. Daar blijft na een wasbeurt vocht achter en kunnen vuil, wasmiddelresten en andere resten zich ophopen. Siemens waarschuwt dat vochtige omstandigheden schimmelvorming in de randen kunnen bevorderen.
Trek het rubber voorzichtig naar voren en kijk ook in de plooien. Zie je vuil of aanslag? Neem het rubber dan grondig af met een vochtige doek. Bosch adviseert hiervoor simpelweg een doek en warm water en waarschuwt tegen agressieve schoonmaakmiddelen die het rubber kunnen beschadigen.
Vergeet de wasmiddellade niet
Ook de wasmiddellade kan een bron van geurtjes zijn. Achtergebleven wasmiddel en wasverzachter kunnen zich daar ophopen. Siemens adviseert de lade regelmatig te verwijderen, schoon te maken en goed te laten drogen. Ook de ruimte waarin de lade zit, moet worden meegenomen.
Een andere veelgemaakte fout is te veel wasmiddel gebruiken. Meer wasmiddel betekent niet automatisch een schonere was. Een overdosis kan juist extra resten achterlaten en bijdragen aan geurproblemen. Gebruik daarom de dosering die bij jouw machine, wasmiddel en hoeveelheid wasgoed hoort.
Laat de deur na het wassen open
Dit is misschien wel de eenvoudigste tip. Laat de deur na een wasbeurt op een kier staan, zodat de trommel en het rubber kunnen opdrogen. Hetzelfde geldt voor de wasmiddellade. Zo blijft er minder vocht opgesloten in de machine.
Laat natte kleding bovendien niet urenlang in de afgesloten machine zitten. Haal de was er na afloop zo snel mogelijk uit. Ook dat helpt om muffe geuren te voorkomen.
En het filter?
Ook het pomp- of pluizenfilter verdient aandacht. Daar kunnen pluisjes, haren, kleine voorwerpen en ander vuil terechtkomen. Stilstaand water en opgehoopt vuil kunnen vervolgens onaangename geuren veroorzaken. Controleer daarom regelmatig het filter en volg daarbij de instructies van de fabrikant van jouw machine.
Gebruik niet zomaar azijn
Een populaire tip op internet is om een stinkende wasmachine met azijn schoon te maken. Daar moet je voorzichtig mee zijn. Bosch raadt azijn voor dit doel af omdat het agressief kan zijn voor rubberen onderdelen. Fabrikanten adviseren eerder een reinigingsproduct dat specifiek voor wasmachines geschikt is.
Kort samengevat: maak het deurrubber en de wasmiddellade regelmatig schoon, controleer het filter, gebruik niet te veel wasmiddel, laat deur en lade na gebruik open en draai geregeld een warmer onderhoudsprogramma volgens de voorschriften van je fabrikant. Blijft de geur ondanks grondig onderhoud terugkomen, controleer dan ook de afvoer. Een probleem met de afvoerslang of terugstromend water kan namelijk eveneens een onaangename geur veroorzaken.