Veel bestuurders vergeten dit bij regen

• Verkeer
Rainy Highway Reflections at Dusk
doorNieuws365 Redactie
Regen op de weg, opspattend water en een grijze hemel: in de herfst zijn de omstandigheden voor automobilisten vaak verraderlijk. Toch rijden veel bestuurders bij slecht weer met een automatische lichtstand die niet altijd de achterlichten inschakelt. Daardoor kan hun auto voor achterliggers minder goed zichtbaar zijn.
De Federale Politie raadt aan om bij regen extra aandacht te besteden aan de verlichting, de snelheid en de afstand tot je voorganger. Zeker bij hevige regen kan het zicht snel verminderen. Maar welke lichten moet je precies gebruiken?

Automatische verlichting is niet altijd voldoende

Veel moderne auto's beschikken over automatische verlichting. Die schakelt de lichten in wanneer het donker wordt, bijvoorbeeld in een tunnel of bij schemering. Maar bij regen overdag herkent het systeem de omstandigheden niet altijd op dezelfde manier.
Controleer daarom of je achterlichten effectief branden wanneer je bij slecht zicht rijdt. Dagrijlichten vooraan betekenen namelijk niet noodzakelijk dat ook de achterlichten aanstaan.
Volgens Veilig Verkeer Vlaanderen moeten de dimlichten worden gebruikt zodra het donker wordt en wanneer de zichtbaarheid overdag minder dan ongeveer 200 meter bedraagt. Dat kan ook bij regen, mist of sneeuw het geval zijn. 

Wanneer moet je de mistlichten gebruiken?

Ook over mistlichten bestaat verwarring. De regels zijn nochtans duidelijk.
De achtermistlichten moeten worden ingeschakeld wanneer mist, sneeuwval of felle neerslag het zicht tot minder dan ongeveer 100 meter beperkt. Bij hevige regen kunnen ze dus verplicht zijn. Zodra de omstandigheden verbeteren, moet je ze weer uitschakelen. Anders kunnen ze achterliggers verblinden.
Voormistlichten zijn niet verplicht. Je mag ze gebruiken bij mist, sneeuwval of felle regen, maar niet zomaar bij een gewone regenbui. Dat bevestigt ook de Federale Politie. 

Niet alleen je lichten zijn belangrijk

Bij regen neemt ook het risico op aquaplaning toe. Daarbij verliezen de banden tijdelijk hun grip doordat er water tussen de banden en het wegdek komt. De auto kan dan minder goed reageren op stuurbewegingen.
De Federale Politie adviseert daarom om de snelheid aan te passen en de veiligheidsafstand te vergroten. Op een nat wegdek heeft je auto doorgaans meer afstand nodig om volledig tot stilstand te komen. Vermijd bruusk remmen en plotselinge stuurbewegingen, zeker wanneer je door plassen rijdt.
Controleer ook regelmatig de staat van je banden. Een voldoende diep profiel helpt om water af te voeren. Versleten banden verhogen het risico op gripverlies. Goed werkende ruitenwissers zijn eveneens belangrijk: als ze strepen achterlaten of het zicht onvoldoende vrijmaken, is het tijd om ze te vervangen. 

Deze controle duurt maar enkele seconden

Vertrek je bij regenweer? Controleer dan of je verlichting correct werkt, houd voldoende afstand en verminder je snelheid wanneer het zicht of de grip verslechtert.
Vooral dat eerste punt wordt gemakkelijk vergeten. Wie alleen vertrouwt op de automatische lichtstand, gaat er niet altijd terecht van uit dat de auto ook achteraan voldoende zichtbaar is. Een korte controle kan daarom een belangrijk verschil maken.
loading

Loading