Voor heel wat Vlaamse ouders verandert er sinds 1 september iets aan de buitenschoolse kinderopvang. Gemeenten en steden hebben voortaan de regie volledig in handen via het nieuwe BOA-decreet, waardoor tarieven en praktische afspraken lokaal kunnen verschillen.
En dat betekent voor sommige gezinnen ook een hogere factuur. Uit een bevraging van de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG) blijkt dat de prijs in ongeveer één op de drie gemeenten stijgt. In bijna één op de vijf gemeenten veranderen bovendien de openingsuren. In 56 procent van de gemeenten blijft de prijs voorlopig gelijk.
Niet overal dezelfde regeling
Hoeveel ouders precies betalen, hangt daardoor af van hun gemeente. In Mechelen verdubbelt de prijs voor bepaalde vormen van opvang bijvoorbeeld van 0,75 naar 1,50 euro per begonnen halfuur. In andere gemeenten worden eveneens nieuwe tarieven ingevoerd.
Ook de openingsuren kunnen veranderen. Sommige opvanglocaties openen later of sluiten vroeger, wat vooral voor ouders met vroege of late werkuren gevolgen kan hebben.
Wat is het doel?
Het BOA-decreet moet ervoor zorgen dat opvang en activiteiten beter op elkaar aansluiten. Gemeenten moeten daarvoor samenwerken met scholen, opvanginitiatieven, sportclubs en verenigingen. Volgens de VVSG verwacht bijna twee derde van de lokale besturen dat de kwaliteit hierdoor verbetert. In 43 procent van de gemeenten zijn tijdens het schooljaar al meer activiteiten mogelijk.
De Vlaamse overheid voorziet extra middelen, maar negen op de tien lokale besturen investeren daarnaast zelf nog geld in de nieuwe werking. Bijna twee derde vraagt bijkomende Vlaamse financiering.
Voor ouders betekent de hervorming dus vooral één ding: controleer de nieuwe tarieven en openingsuren van je eigen gemeente, want de verschillen kunnen aanzienlijk zijn.