De regering-De Wever hamert op "langer werken om het systeem betaalbaar te houden", maar experts luiden de noodklok. De genderpensioenkloof in België, die momenteel rond de 30 à 31% schommelt (en bij aanvullende pensioenen zelfs richting 45 à 50% kan oplopen), dreigt volgens verschillende analyses door de nieuwe regels eerder te groeien dan te krimpen. De kern van het probleem is dat gelijke regels worden toegepast op een arbeidsmarkt die in de praktijk nog altijd ongelijk is.
De pensioenmalus: Een "boete" op zorg en deeltijdwerk
Een van de meest besproken maatregelen is de invoering van een pensioenmalus voor wie vroeger stopt met werken dan de wettelijke pensioenleeftijd, die richting 67 jaar evolueert. In dat geval kan het pensioenbedrag permanent lager uitvallen, afhankelijk van hoeveel jaren iemand vroeger stopt.
Vrouwen lopen hierbij volgens sommige analyses vaker risico. Studies van onder meer vakbonden en bepaalde politieke partijen suggereren dat ongeveer een derde van de vrouwen een malus zou kunnen oplopen, tegenover een kleiner aandeel bij mannen. De verklaring ligt volgens hen bij de voorwaarden om die malus te vermijden: een lange loopbaan met voldoende effectief gewerkte dagen per jaar. Omdat veel vrouwen deeltijds werken — vaak door zorgtaken of omdat hun sector minder voltijdse contracten aanbiedt — halen zij die drempel minder vaak.
De onbereikbare pensioenbonus
Sinds begin 2024 werd opnieuw een pensioenbonus ingevoerd. Wie na de vroegst mogelijke pensioendatum blijft werken, kan daardoor een extra pensioenbonus opbouwen. Het systeem moet werknemers stimuleren om langer actief te blijven op de arbeidsmarkt.
Critici wijzen er echter op dat die bonus vooral bereikbaar is voor mensen met een stabiele en lange loopbaan. Werknemers met onderbroken carrières door ouderschapsverlof, ziekte of zorgtaken bouwen vaak minder rechten op. Daardoor kan de bonus voor sommige groepen een interessante stimulans zijn, terwijl hij voor anderen moeilijker bereikbaar blijft.
Minimumpensioen: De drempel van duizenden gewerkte dagen
Ook de toegang tot het minimumpensioen werd in de voorbije hervormingen strenger gekoppeld aan effectief gewerkte dagen over de volledige loopbaan. Hoewel bepaalde periodes zoals ziekte en moederschapsrust worden gelijkgesteld, blijven andere vormen van inactiviteit of onderbreking een impact hebben op de berekening van het
pensioen.
Experts wijzen erop dat loopbaankeuzes uit het verleden daardoor vandaag nog gevolgen kunnen hebben. Wie onvoldoende effectief gewerkte dagen kan aantonen, kan uiteindelijk uitkomen op een lager berekend pensioen in plaats van het gewaarborgde minimumpensioen.
De schaduw van de "pensioensplit"
Tegelijk blijft een andere piste al jaren in de politieke discussie hangen: de zogenaamde pensioensplit. Daarbij zouden partners hun pensioenrechten tijdens het huwelijk gedeeltelijk delen, zodat de partner die minder werkte — vaak door zorgtaken — later niet volledig wordt benadeeld.
Hoewel dat idee regelmatig wordt besproken in het pensioenbeleid, bestaat er anno 2026 nog altijd geen volledig uitgewerkt wettelijk kader.
Een structurele ongelijkheid
De recente hervormingen leggen steeds meer nadruk op effectieve tewerkstelling en lange loopbanen. In een samenleving waar vrouwen nog altijd een groot deel van het onbetaalde zorgwerk opnemen, kan dat volgens verschillende experts ongelijk uitpakken.
Zolang onbetaalde zorgarbeid slechts beperkt wordt meegenomen in de pensioenopbouw, blijft de discussie bestaan of een formeel neutrale pensioenwetgeving in de praktijk wel voor iedereen dezelfde kansen creëert.