Wie dacht dat de vastgoedmarkt volledig op slot zit voor de jongere generatie, moet zijn beeld bijstellen. Uit een nieuwe analyse van notarisfederatie Notaris.be en cijfers van
Het Nieuwsblad blijkt een opmerkelijke paradox: juist de dertigers jagen de huizenprijzen in Vlaanderen de hoogte in. Terwijl de mediaanprijs voor een woning op 349.000 euro ligt, betaalt de helft van de 31- tot 35-jarigen meer dan
375.000 euro. In geen enkele andere leeftijdscategorie ligt dat bedrag zo hoog.
Niet alleen instapwoningen
Het idee dat jonge starters enkel op zoek zijn naar goedkope "opknappers" klopt niet meer. "Jonge mensen kopen zeker niet alleen de goedkopere woningen", legt Bart Van Opstal van Notaris.be uit. Ze investeren vaker direct in een hogere prijsklasse, omdat ze een woning zien als een stabiele langetermijninvestering.
Volgens vastgoedexpert Frank Vastmans (KU Leuven) zijn de budgetten van jonge koppels zelfs bepalend voor de hele markt. Vaak kiezen zij voor de strategie: eerst een degelijke gezinswoning kopen, en dan pas aan kinderen beginnen. Omdat huizen — in tegenstelling tot appartementen — vooral door koppels met twee inkomens worden gekocht, beschikken zij over een grotere financiële slagkracht dan veel singles of investeerders.
Niet de schuld van de investeerder
Vaak wordt met de beschuldigende vinger naar vastgoedinvesteerders gewezen als de boosdoeners achter de hoge prijzen in steden als Gent, Antwerpen en Leuven. De cijfers spreken dat echter tegen. Juist in die steden zien we een toename van het aantal jonge koppels dat bereid is diep in de buit te tasten. Uit experimenten in Nederland bleek bovendien dat het weren van investeerders de prijzen niet deed dalen; de jonge koppels namen simpelweg hun plek in en bleven tegen elkaar opbieden.
De rol van "Hotel Mama en Papa"
Hoe slagen dertigers erin om deze recordbedragen op tafel te leggen in tijden van hoge rentevoeten? Het antwoord ligt deels bij de ouders. De huidige generatie ouders is vermogender dan ooit, waardoor starters vaker met een structureel hogere eigen inbreng naar de bank stappen.
Daarnaast rekken kopers hun financiële grenzen tot het uiterste. Ze lenen over langere termijnen en besteden een groter deel van hun maandelijks inkomen aan de afbetaling. Vastmans plaatst daar wel een kanttekening bij: "De vraag is of dit economisch gezond blijft. Als alles naar de lening gaat, blijft er minder over voor consumptie of noodzakelijke renovaties." Voorlopig lijkt de droom van een eigen
huis echter zwaarder te wegen dan de maandelijkse druk op de bankrekening.