Wie dacht na een hobbelige loopbaan met veel werkloosheid of een vroege landingsbaan rustig te kunnen uitbollen richting het
pensioen, komt vanaf medio 2027 bedrogen uit. Een ingrijpende nieuwe pensioenwet, zojuist goedgekeurd in het parlement, zet de schaar in de zogenaamde 'gelijkgestelde dagen'. Voor de jongere werkende generaties kan dit duizenden euro's brutopensioen per jaar schelen. Dat meldt
De Tijd.
De grens op twintig procent
De kern van de nieuwe maatregel draait om de verhouding tussen effectief gewerkte dagen en inactiviteit. Tot nog toe bouwde een werknemer evenveel pensioen op tijdens periodes van werkloosheid of SWT (het vroegere brugpensioen) als tijdens actieve werkdagen. Vanaf 1 juli 2027 verandert dat drastisch.
Voor iedereen geboren in 1968 of later geldt dat deze niet-actieve periodes nog maar maximaal 20 procent van de totale loopbaan mogen uitmaken. Wie die drempel overschrijdt, bouwt voor de resterende 'stempeldagen' simpelweg geen pensioen meer op. Voor oudere generaties (geboren tussen 1961 en 1964) ligt de drempel nog op 40 procent, terwijl wie geboren is in 1960 of vroeger volledig buiten schot blijft.
Waarom grijpt de regering in?
Momenteel is maar liefst een derde van de Belgische werknemerspensioenen opgebouwd uit periodes waarin niet daadwerkelijk is gewerkt. Volgens minister van Pensioenen Jan Jambon (N-VA) leidde dit tot onrechtvaardige situaties waarbij mensen die nauwelijks actief waren, soms een hoger pensioen ontvingen dan wie zijn hele leven voltijds zwoegde.
De wet viseert daarom specifiek langdurige volledige werkloosheid, SWT en de niet-gewerkte dagen in een landingsbaan. Ziekte- en zorgverlof blijven daarentegen wel gewoon volledig meetellen voor de loopbaan. Ook het federale minimumpensioen blijft gelukkig buiten schot: daalt het gecorrigeerde pensioen daaronder, dan krijgt de gepensioneerde alsnog dat gegarandeerde minimumbedrag.
Een uitdovend effect
Hoewel de impact voor individuen groot kan zijn — de Pensioendienst becijferde in specifieke gevallen dalingen tot wel 17 procent — zal de maatregel op lange termijn waarschijnlijk uitdoven. Door het federale beleid van de regering-De Wever, die de werkloosheidsuitkeringen beperkt tot twee jaar, is het in de toekomst immers nagenoeg onmogelijk om nog decennialang stempelend pensioenrechten te verzamelen.