Het politieke getouwtrek is voorbij. De kogel is definitief door de kerk: de Plenaire vergadering van het Federaal Parlement heeft het licht op groen gezet voor de ingrijpende pensioenhervorming. Hoewel de wettelijke pensioenleeftijd onveranderd opklimt naar 66 jaar (in 2025) en 67 jaar (vanaf 2027), worden de spelregels om er híntoe te geraken – en het uiteindelijke bedrag op de bankrekening – grondig hertekend.
Omdat de administratieve berekeningsmotoren achter de schermen volledig moeten worden vernieuwd, zullen sommige ramingen op mypension.be tijdelijk onbeschikbaar zijn. Hieronder breken we de nieuwe realiteit niet-lineair voor je open, gecategoriseerd per impact.
1. De toegangspoort: wanneer mag je Nog vervroegd vertrekken?
Wie dacht vanaf 2027 nog vlot op vervroegd
pensioen te kunnen vertrekken, botst op een veel strengere selectie. De bekende leeftijd- en loopbaanvoorwaarden (zoals 63 jaar mits 42 loopbaanjaren) blijven weliswaar overeind, maar de definitie van een ‘loopbaanjaar’ ondergaat een metamorfose.
Vanaf 1 januari 2027 telt een jaar pas mee als volwaardig loopbaanjaar als je er minstens 156 dagen hebt gewerkt of bent gelijkgesteld. Wie hierdoor net buiten de boot dreigt te vallen, krijgt gelukkig een vangnet via twee automatische correcties:
- De 5 Reservedagen: De pensioendienst kan in de totale loopbaan maximaal 5 reservedagen flexibel inzetten om 'nipt mislukte' jaren (bijvoorbeeld een jaar met 154 dagen) op te krikken naar de vereiste 156 dagen.
- De Balansdagen: Een cruciale bescherming voor wie halftijds werkt met schommelende uurroosters. Werkte je in een jaar tussen de 150 en 162 dagen? Dan kunnen overschotten uit vette jaren binnen dezelfde tewerkstellingsperiode automatisch worden overgedragen naar magere jaren om de balans te herstellen.
De 'lange loopbaan'-ontsnappingsroute
Er is ook een nieuwe, positieve achterdeur gecreëerd. Vanaf 2027 kun je al op 60 jaar stoppen mits een extreem actieve loopbaan: je moet 42 loopbaanjaren kunnen voorleggen met elk minstens 234 effectief gewerkte dagen. Hier tellen enkel harde prestaties en zeer specifieke verloven (zoals moederschaps-, geboorte- en adoptieverlof of tijdelijke werkloosheid) mee.
2. De afrekening: Wat Gebeurt Er Met Het Pensioenbedrag?
De hervorming hanteert het principe van de wortel en de stick. Langer werken wordt beloond, vroeger stoppen zonder de juiste papieren wordt financieel bestraft.
De gevreesde pensioenmalus
Ga je vervroegd met pensioen, maar dik je de totale loopbaan niet aan met minstens 35 jaar van 156 dagen én in totaal 7.020 gewerkte dagen? Dan activeert de pensioenmalus. Dit is een levenslange, definitieve procentuele vermindering van je bruto pensioen per jaar dat je vroeger stopt. De sanctie is bikkelhard en gekoppeld aan je geboortejaar:
- Geboren tussen 1961 en 1965: 2% inlevering per jaar.
- Geboren tussen 1966 en 1974: 4% inlevering per jaar.
- Geboren vanaf 1975: 5% inlevering per jaar.
De bonus-omslag
De huidige pensioenbonus (2024-2025) wordt op 31 december 2025 onherroepelijk stopgezet. Wat je tot dan hebt opgebouwd, staat vast en wordt later eenmalig uitgekeerd. Vanaf 2026 start de opbouw van een nieuwe pensioenbonus. Dit wordt geen eenmalige som geld, maar een permanente procentuele verhoging van je maandelijkse pensioenbedrag (tot wel 5% extra per uitgesteld jaar voor de jongste generatie), mits je de kaap van 35 loopbaanjaren en 7.020 werkdagen hebt gerond.
3. sectorspecifieke schokken: werknemers vs. ambtenaren
De hervorming trekt de historische scheidslijn tussen de private en de publieke sector weer een stukje nauwer naar elkaar toe.
Voor werknemers: beperking fictief Loon
Voor pensioenen die ingaan vanaf 2027, brengen perioden van volledige werkloosheid en eindeloopbaanstelsels (zoals SWT) vanaf februari 2025 minder pensioen op. Het fictieve loon waarmee deze dagen worden berekend, wordt begrensd tot het absolute minimumloonplafond. Bovendien mogen zulke perioden naargelang je geboortejaar nog maar maximaal 20% tot 40% van je totale loopbaanteller uitmaken.
Voor ambtenaren: Het einde van de voordelen
Ambtenaren incasseren de zwaarste klappen in dit akkoord. Hun pensioen zal niet langer standaard berekend worden op de gemiddelde wedde van de laatste 10 jaar. Die referentietermijn wordt stapsgewijs opgetrokken naar 45 jaar – identiek aan de privésector. Enkel wie in 2026 al de voorwaarden voor vervroegd pensioen bereikte, behoudt de oude, gunstige berekening.
Daarnaast verdwijnen de preferentiële loopbaanbreken (zoals 1/50 of 1/55). Vanaf 2027 geldt voor toekomstige diensten de universele breuk 1/60. Tot slot verdwijnt de automatische welvaartskoppeling via de zogenaamde perequatie en wordt het klassieke ziektepensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid volledig afgeschaft. Ambtenaren vallen voortaan terug op een invaliditeitsverzekering naar model van de privésector.