Een verdere stijging van de rente betekent niet automatisch dat elke Belg plots meer zal moeten betalen voor zijn woonlening. Het belangrijkste verschil is of je een vaste of variabele rentevoet hebt. Wie een vaste rente heeft, blijft in principe beschermd tegen rentestijgingen. Bij een variabele lening kan de maandelijkse afbetaling wel oplopen wanneer de rente bij een herziening wordt aangepast.
Dat risico is momenteel opnieuw relevant. De Belgische referte-index C, die onder meer wordt gebruikt voor woonleningen met een driejaarlijkse renteherziening, bedraagt in augustus 2026 2,907 procent, tegenover 2,720 procent in juli. Ook de jaarlijkse referte-index A staat in augustus op 2,722 procent.
Heb je een vaste rente? Dan verandert er niets
Wie een woonlening met een vaste rentevoet heeft afgesloten, hoeft zich door een verdere rentestijging op de markt normaal gezien geen zorgen te maken over de maandelijkse afbetaling. De rentevoet ligt bij de ondertekening vast voor de volledige looptijd van het krediet.
Stijgen de marktrentes daarna verder, dan blijft jouw afgesproken rente gewoon dezelfde. Dat is precies het voordeel van een vaste formule: je koopt zekerheid en weet vooraf hoeveel je gedurende de looptijd verschuldigd bent.
Bij een variabele lening ligt het anders
Bij een variabele rente wordt de rentevoet op vooraf bepaalde momenten aangepast. Dat kan bijvoorbeeld jaarlijks, driejaarlijks of vijfjaarlijks gebeuren, afhankelijk van de formule die in het kredietcontract staat. De aanpassing gebeurt aan de hand van een wettelijke referte-index.
De berekening is gebaseerd op het verschil tussen de oorspronkelijke referte-index en de nieuwe index. Stijgt die index, dan kan ook jouw rentevoet stijgen. Daalt de index, dan kan de rentevoet opnieuw dalen.
Je maandelijkse afbetaling kan dus hoger worden
Stel dat iemand een variabele woonlening heeft en bij de volgende renteherziening blijkt dat de toepasselijke referte-index aanzienlijk hoger ligt. Dan wordt de rentevoet volgens de formule in het contract aangepast.
Dat kan betekenen dat de maandelijkse afbetaling stijgt. Hoe groot het verschil precies is, hangt af van het oorspronkelijke leenbedrag, de resterende looptijd, de rentevoet en de gekozen formule.
Een stijging van bijvoorbeeld één procentpunt betekent bovendien niet bij elke lening exact hetzelfde bedrag per maand. Iemand die nog €250.000 moet afbetalen met twintig jaar voor de boeg wordt anders getroffen dan iemand die nog €100.000 en tien jaar resterende looptijd heeft.
Er bestaat wel een belangrijke bescherming
Een variabele rente kan in België niet onbeperkt blijven stijgen. De veranderlijkheid wordt wettelijk begrensd. Volgens de kredietvoorwaarden die op de wettelijke regels zijn gebaseerd, kan de rentevoet maximaal stijgen met de oorspronkelijke rentevoet. Er is dus een bovengrens aan de mogelijke stijging.
Dat betekent niet dat een variabele lening nooit fors duurder kan worden. Het betekent wel dat er wettelijke grenzen bestaan aan hoe ver de rentevoet kan oplopen.
Bovendien moet de kredietverstrekker bij een renteaanpassing een nieuwe aflossingstabel bezorgen, zodat de kredietnemer weet wat de gewijzigde situatie betekent.
Wat als de rente nog verder stijgt?
Voor wie binnenkort een nieuwe woning wil kopen, is de keuze tussen vast en variabel daarom opnieuw belangrijk. Een vaste rente biedt bescherming tegen verdere stijgingen, terwijl een variabele formule doorgaans meer blootstelling aan de renteontwikkeling inhoudt.
Voor bestaande kredietnemers is vooral het eigen contract bepalend. Kijk na welke formule je hebt, wanneer de rente wordt herzien en welke referte-index van toepassing is.
Eén ding staat vast: een verdere rentestijging raakt niet iedereen met een woonlening op dezelfde manier. Wie vast zit aan een vaste rentevoet blijft buiten schot, terwijl wie variabel leent bij een volgende herziening mogelijk meer zal betalen. En net daarom kan het huidige renteklimaat voor sommige gezinnen een belangrijk moment zijn om hun woonlening opnieuw onder de loep te nemen.