De langverwachte pensioenhervorming van de federale regering botst op een muur van juridische kritiek. In een vlijmscherp advies waarschuwt de Raad van State voor discriminatie, stijgende armoede en een mogelijke schending van de Grondwet. De hervorming zou niet alleen vrouwen harder treffen, maar ook de opgebouwde rechten van duizenden werknemers en ambtenaren retroactief aantasten.
Vrouwen het kind van de rekening
Een van de meest opvallende punten in het kritische rapport is de toenemende pensioenkloof. De Raad van State bevestigt dat maatregelen zoals de 'pensioenmalus' — een financiële straf voor wie eerder stopt — vrouwen disproportioneel hard raken. Omdat vrouwen vaker deeltijds werken, vaak om zorgtaken op zich te nemen, halen zij de strenge loopbaannormen minder makkelijk.
Onderzoek toont aan dat meer dan één op de drie vrouwen die de pensioenleeftijd van 67 jaar niet haalt, geconfronteerd zal worden met deze malus. Volgens pensioenspecialist Kim De Witte (PVDA) is dit geen toeval, aangezien deeltijds werk in veel "vrouwelijke" sectoren de norm is. De hervorming dreigt de kloof die men juist wilde dichten, nu weer wagenwijd open te zetten.
Inbreuk op verworven rechten
De Raad van State tilt ook zwaar aan de 'retroactieve' aard van de plannen. Veel mensen hebben hun loopbaan gepland op basis van de huidige wetgeving. Wie twintig jaar geleden besloot minder te werken voor de kinderen in de veronderstelling dat die jaren zouden meetellen voor het
pensioen, komt nu bedrogen uit.
Deze schending van de zogenaamde "legitieme verwachtingen" betekent dat werknemers en ambtenaren plots geconfronteerd worden met nieuwe spelregels voor jaren die ze al gewerkt hebben. Voor sommige burgers kan dit concreet betekenen dat ze tot vier jaar langer moeten werken dan oorspronkelijk gepland, zonder dat daar een overgangsperiode tegenover staat.
Armoedegrens komt dichterbij
De cijfers van het Federaal Planbureau werpen een nog donkerder schaduw over het dossier. De hervorming zou het gemiddelde pensioen van werknemers met 9,2 procent doen dalen, terwijl ambtenaren zelfs 11,9 procent aan koopkracht zouden verliezen.
Dit brengt de overheid op ramkoers met het 'standstill-beginsel'. Dit principe verbiedt de overheid om het niveau van sociale bescherming zomaar af te bouwen. Met een gemiddeld nettopensioen dat vandaag al rond de armoedegrens van 1.565 euro schommelt, waarschuwen critici dat deze besparingsoperatie tienduizenden gepensioneerden diep in de armoede zal duwen.