Wie geld op een Belgische spaarrekening heeft staan, vraagt zich misschien af wanneer de fiscus een deel van de opbrengst komt opeisen. Goed nieuws voor de meeste spaarders: op een gewone gereglementeerde spaarrekening blijft een groot deel van de ontvangen rente vrijgesteld. Toch bestaat er wel degelijk een grens. Wie daarboven uitkomt, moet rekening houden met roerende voorheffing.
Voor het inkomstenjaar 2026 bedraagt de vrijgestelde interestenschijf 1.020 euro per persoon per jaar. Het gaat daarbij niet om het totale bedrag dat je op je rekening hebt staan, maar om de rente die dat spaargeld oplevert. Wie bijvoorbeeld 50.000 euro spaargeld bezit, betaalt dus niet automatisch belasting. Alles hangt af van de rentevoet en de totale interest die in een jaar wordt ontvangen.
Belasting op de rente, niet op je spaargeld
De Belgische fiscale regeling geldt voor zogenaamde gereglementeerde spaarrekeningen. Dat zijn rekeningen die aan wettelijke voorwaarden voldoen. Op de interesten van zulke rekeningen is de eerste schijf van 1.020 euro per belastingplichtige vrijgesteld.
Ontvang je in totaal meer dan 1.020 euro aan rente, dan wordt het gedeelte boven die grens belast tegen 15 procent roerende voorheffing.
Een eenvoudig voorbeeld maakt dat duidelijk. Stel dat je in 2026 in totaal 1.400 euro rente ontvangt op al je gereglementeerde spaarrekeningen samen. De eerste 1.020 euro is vrijgesteld. Op de resterende 380 euro betaal je 15 procent belasting. Dat komt neer op 57 euro.
Je houdt in dat voorbeeld dus 1.343 euro rente over, vóór eventuele andere kosten of fiscale gevolgen.
Let op als je meerdere spaarrekeningen hebt
Een veelgemaakte fout is ervan uitgaan dat de vrijstelling van 1.020 euro voor elke rekening afzonderlijk geldt. Dat klopt niet. De vrijstelling geldt per belastingplichtige en niet per bankrekening.
Wie bijvoorbeeld drie spaarrekeningen heeft bij verschillende banken, moet de ontvangen interesten samen bekijken. Ontvang je op de ene rekening 500 euro rente, op de tweede 400 euro en op de derde 300 euro, dan bedraagt het totaal 1.200 euro. Je komt daarmee 180 euro boven de vrijgestelde grens uit.
Ook interesten op gereglementeerde spaarrekeningen van minderjarige kinderen kunnen in de berekening een rol spelen. In principe worden die inkomsten voor de helft aan elke ouder toegerekend.
Koppels hebben een dubbele vrijstelling
Voor gehuwden en wettelijk samenwonenden die samen een rekening hebben, kan de vrijstelling oplopen tot 2.040 euro per jaar. Dat komt doordat beide partners elk recht hebben op een vrijgestelde schijf van 1.020 euro.
Het is dus belangrijk om te kijken op wiens naam een spaarrekening staat en hoe de rekening fiscaal wordt behandeld. Een gezamenlijke rekening betekent niet automatisch dat elke mogelijke rekeningconstructie op dezelfde manier wordt belast.
Niet elke spaarrekening krijgt dezelfde behandeling
Niet-gereglementeerde spaarrekeningen vallen niet onder dezelfde voordelige regeling. Op de interesten van dergelijke rekeningen geldt in principe een roerende voorheffing van 30 procent vanaf de eerste euro.
Dat verschil kan een belangrijke rol spelen wanneer je op zoek gaat naar een nieuwe spaarrekening. Een rekening met een hogere rente is immers niet noodzakelijk de rekening die netto het meeste oplevert. Je moet altijd nagaan of het om een gereglementeerde rekening gaat en welke fiscale voorwaarden van toepassing zijn.
Ook termijnrekeningen, kasbons en andere spaar- of beleggingsproducten hebben hun eigen fiscale behandeling. De vrijstelling van 1.020 euro mag dus niet zomaar op alle vormen van spaargeld worden toegepast.
Moet je dit zelf aangeven?
Wanneer de bank de verschuldigde roerende voorheffing correct inhoudt, hoef je de betrokken rente doorgaans niet opnieuw aan te geven. Maar wanneer je meerdere rekeningen hebt en de banken afzonderlijk geen rekening kunnen houden met de totale interest die je elders ontvangt, kan er wel een aangifteplicht ontstaan.
Wie boven de vrijgestelde grens uitkomt en waarop nog geen of onvoldoende roerende voorheffing werd ingehouden, moet het belastbare gedeelte zelf aangeven in de personenbelasting.
De belangrijkste conclusie blijft daarom eenvoudig: niet hoeveel spaargeld je bezit bepaalt of je belasting betaalt, maar hoeveel rente dat spaargeld in een jaar opbrengt. Controleer dus niet alleen je saldo, maar ook de renteoverzichten van al je spaarrekeningen.