Heb je 5.000 euro op je rekening staan waar je voorlopig niet aan hoeft te komen? Dan is het verleidelijk om simpelweg te wachten tot je weet wat je ermee wilt doen. Toch kan het interessant zijn om even stil te staan bij waar je dat geld bewaart. Het verschil tussen
sparen, vastzetten of beleggen hangt vooral af van wanneer je het geld opnieuw nodig hebt en hoeveel risico je wilt nemen.
Eerst: heb je een financiële buffer?
Voor je met het geld gaat beleggen, is het verstandig om na te gaan of je voldoende reserve hebt voor onverwachte kosten. Denk aan een kapotte auto, een grote herstelling aan de woning of een periode met minder inkomsten.
Een spaarrekening is juist bedoeld om zo'n financiële reserve aan te leggen. De FSMA raadt aan om bij het vergelijken van spaarrekeningen niet alleen naar de rente, maar ook naar voorwaarden en kosten te kijken.
Heb je nog geen degelijke buffer? Dan is 5.000 euro gewoon op een goede spaarrekening laten staan helemaal geen slechte keuze.
Kijk verder dan je eigen bank
Een veelgemaakte fout is ervan uitgaan dat de rente op je huidige spaarrekening automatisch competitief is.
Dat hoeft niet zo te zijn. Belgische spaarders kunnen verschillende spaarrekeningen vergelijken. De FSMA heeft daarvoor zelfs een officiële vergelijkingstool.
Bij een gereglementeerde spaarrekening bestaat de vergoeding doorgaans uit een basisrente en een getrouwheidspremie. Die tweede krijg je voor bedragen die twaalf maanden onafgebroken op de rekening blijven staan.
Dat maakt het belangrijk om niet alleen naar het grote rentepercentage in een advertentie te kijken.
Heb je het geld een jaar niet nodig?
Dan kan een andere optie interessant worden: een termijnrekening.
Daarbij zet je je geld voor een vooraf bepaalde periode vast. In ruil daarvoor krijg je een vooraf bepaalde rente. Het nadeel is duidelijk: tijdens die looptijd kun je niet zomaar vrij over het geld beschikken.
Voor iemand die bijvoorbeeld weet dat hij 5.000 euro minstens een jaar niet nodig heeft, kan zo'n formule het overwegen waard zijn.
En beleggen?
Heb je al een voldoende grote noodbuffer en kun je het geld jarenlang missen, dan kun je ook naar beleggen kijken.
Maar daar verandert het verhaal fundamenteel. Een belegging kan meer rendement opleveren dan sparen, maar de waarde kan ook dalen. Voor geld dat je binnenkort nodig hebt, is het daarom doorgaans verstandiger om geen risico te nemen dat je op een slecht moment moet verkopen.
Met andere woorden: 5.000 euro die je over twee jaar nodig hebt, behandel je anders dan 5.000 euro die je twintig jaar kunt missen.
Vergeet de bescherming niet
Geld op een bankrekening valt in België onder de depositogarantie. Die bescherming bedraagt in principe maximaal 100.000 euro per persoon en per bank.
Voor 5.000 euro hoef je je daar dus normaal gezien geen zorgen over te maken bij een bank die onder de regeling valt.
Wat is dan de slimste keuze?
Er bestaat geen universeel beste bestemming voor 5.000 euro. Maar je kunt het eenvoudig bekijken:
Heb je nog geen financiële buffer? → spaarrekening.
Heb je het minstens een jaar niet nodig? → vergelijk ook een termijnrekening.
Heb je al voldoende reserve en een lange horizon? → beleggen kan het overwegen waard zijn.
En misschien nog de belangrijkste tip: laat die 5.000 euro niet automatisch jarenlang op dezelfde rekening staan omdat je er ooit bewust voor koos. Rentes en voorwaarden veranderen. De FSMA benadrukt daarom dat vergelijken loont.
Voor een relatief klein bedrag als 5.000 euro hoeft het bovendien allemaal niet ingewikkeld te worden. Het belangrijkste is dat je eerst bepaalt waarvoor het geld dient. Pas daarna komt de vraag waar je het neerzet.