Een koelkast staat dag en nacht aan en behoort daardoor tot de toestellen die voortdurend energie verbruiken. Toch kun je dat verbruik gedeeltelijk zelf beïnvloeden. Veel mensen letten vooral op het energielabel bij de aankoop, maar vergeten dat ook de plaatsing, temperatuurinstelling en het dagelijkse gebruik een verschil kunnen maken.
Een koelkast die te koud staat ingesteld, slecht kan ventileren of waarvan de deur niet goed sluit, moet harder werken om de gewenste temperatuur te behouden. Dat kan het energieverbruik verhogen en bovendien de levensduur van het toestel beïnvloeden.
De temperatuur staat vaak te laag
Een veelgemaakte fout is de koelkast kouder instellen dan nodig. Sommige mensen denken dat voedsel daardoor automatisch langer vers blijft, maar een extreem lage temperatuur is doorgaans niet nodig.
Voor de meeste koelkasten wordt een temperatuur van ongeveer 4 °C aanbevolen. Het Voedingscentrum adviseert om die temperatuur met een losse koelkastthermometer te controleren, omdat een draaiknop of digitaal display niet altijd de werkelijke temperatuur in de volledige koelkast weergeeft.
Een lagere instelling betekent dat de compressor vaker of langer moet werken. Volgens Energids kan één graad extra koelen het energieverbruik met ongeveer 5 tot 10 procent doen toenemen. Die verhouding is geen universele garantie voor elk toestel, maar toont wel waarom onnodig koud instellen weinig zin heeft.
Een slechte ventilatie maakt het toestel zwaarder
Een koelkast produceert warmte. Die warmte moet via de achterkant of de daarvoor voorziene ventilatieopeningen kunnen ontsnappen. Wanneer het toestel te dicht tegen de muur staat, ingebouwd is zonder voldoende luchtcirculatie of de ventilatieopeningen geblokkeerd zijn, kan de warmte moeilijker weg.
Daardoor moet het koelsysteem harder werken om de binnenkant koud te houden. OVAM adviseert bij vrijstaande toestellen voldoende ruimte achter de koelkast te laten en de installatievoorschriften van de fabrikant te volgen. In de informatie van OVAM wordt een afstand van ongeveer 8 tot 10 centimeter bij veel vrijstaande toestellen vermeld, al blijft de handleiding van het specifieke model bepalend.
Plaats een koelkast ook liever niet naast een oven, kookplaat, radiator of op een plek waar ze langdurig in direct zonlicht staat. Een warme omgeving verhoogt de belasting van het toestel.
Controleer het deurrubber
Een beschadigd, vuil of vervormd deurrubber kan ervoor zorgen dat de deur niet meer volledig afsluit. Daardoor komt warme lucht naar binnen en ontsnapt koude lucht. De compressor moet vervolgens langer draaien om de temperatuur opnieuw op peil te brengen.
Controleer daarom regelmatig of het rubber schoon is en nergens gescheurd of losgekomen zit. Kijk ook na of flessen, schalen of lades de deur niet tegenhouden. Fabrikanten zoals AEG en Beko wijzen erop dat een slechte afdichting rechtstreeks invloed kan hebben op de koelprestaties en het energieverbruik.
Een eenvoudige controle bestaat erin na te gaan of de deur overal goed aansluit. Als het rubber zichtbaar vervormd is of de deur vanzelf opnieuw opengaat, kan vervanging nodig zijn.
Zet geen warme gerechten meteen in de koelkast
Ook de gewoonte om een grote, nog dampende pan rechtstreeks in de koelkast te plaatsen, kan het toestel extra belasten. De warmte verhoogt tijdelijk de temperatuur in de koelkast, waardoor het koelsysteem harder moet werken.
Laat warme gerechten daarom eerst op een veilige manier afkoelen en bewaar ze daarna in geschikte, afgesloten bakjes. Laat voedsel ook niet urenlang op kamertemperatuur staan: voedselveiligheid blijft belangrijk. Grote hoeveelheden warme producten kunnen volgens Electrolux en Samsung de compressor langer laten draaien.
Houd de koelkast niet te vol
Een koelkast propvol steken is eveneens geen goed idee. Wanneer voedingsmiddelen tegen de achterwand of luchtopeningen liggen, kan de koude lucht minder goed circuleren. Daardoor ontstaan temperatuurverschillen en moet het toestel mogelijk langer werken.
Laat voldoende ruimte tussen de producten en plaats niets rechtstreeks tegen de achterwand als de handleiding dat afraadt. Tegelijk is een volledig lege koelkast ook niet noodzakelijk ideaal: een normale, overzichtelijke vulling helpt de temperatuur stabieler te houden.
Vergeet de achterkant en de diepvriezer niet
Stof op het rooster of de condensor aan de achterkant kan de warmteafvoer bemoeilijken. Maak die zone daarom, wanneer het toestel daarvoor geschikt is, één of twee keer per jaar voorzichtig schoon. Schakel het toestel uit en volg de veiligheidsvoorschriften van de fabrikant.
Heeft je koelkast een vriesvak of aparte diepvriezer, controleer dan ook de ijsvorming. Energids vermeldt dat een ijslaag van ongeveer 2 millimeter het energieverbruik van een diepvriesgedeelte met circa 10 procent kan verhogen. Bij toestellen zonder automatische ontdooifunctie is regelmatig ontdooien daarom belangrijk.
De belangrijkste besparing zit dus niet in één ingewikkelde ingreep. Stel de koelkast correct in, zorg voor voldoende ventilatie, houd de deurafdichting schoon en vermijd onnodige warmte in het toestel. Zo blijft de koelkast efficiënter werken en voorkom je dat kleine gebruiksfouten zich elke dag opnieuw vertalen in extra energieverbruik.