Kale plekken in het gazon zijn na een lange zomer vaak onvermijdelijk. Intensief gebruik, droogte, spelende kinderen, huisdieren of schaduw kunnen ervoor zorgen dat het gras dunner wordt of helemaal verdwijnt. Wie opnieuw een dicht en groen gazon wil, hoeft niet meteen het volledige gras te vernieuwen. September is doorgaans een uitstekend moment om beschadigde plekken plaatselijk te herstellen.
De bodem is in het najaar vaak nog voldoende warm, terwijl de temperaturen minder extreem zijn dan in de zomer. Bovendien valt er doorgaans meer neerslag, waardoor nieuw gras gemakkelijker kan kiemen en zich ontwikkelen.
Waarom september zo geschikt is
Graszaad heeft vocht, zuurstof en voldoende warmte nodig om te ontkiemen. In september zijn de omstandigheden daarvoor vaak gunstiger dan tijdens een hete zomer. De bodem heeft nog warmte opgeslagen, maar de kans op uitdroging door felle zon en hoge temperaturen is kleiner.
Ook groeit gras in het najaar nog actief, zolang het niet te koud wordt. Daardoor krijgt het jonge gras de kans om wortels te ontwikkelen voordat de winter aanbreekt. Het exacte ideale moment hangt wel af van het weer. Bij aanhoudende droogte of uitzonderlijk koude omstandigheden stel je de herstelling beter uit.
Eerst de oorzaak van de kale plek aanpakken
Voor je graszaad strooit, is het belangrijk om te bekijken waarom het gras verdwenen is. Een kale plek onder een boom kan bijvoorbeeld ontstaan door schaduw, maar ook door concurrentie van boomwortels om water en voedingsstoffen. Op een druk belopen plaats kan de bodem dan weer verdicht zijn.
Controleer daarom eerst de bodem. Is die hard en samengedrukt, dan kan water moeilijk doordringen en krijgen graswortels minder zuurstof. Ook plassen na regen kunnen wijzen op een probleem met de afwatering. Zonder de oorzaak aan te pakken, bestaat de kans dat de kale plek opnieuw ontstaat.
Zo herstel je kale plekken stap voor stap
1. Verwijder het beschadigde gras
Maai het gazon eerst kort, maar niet extreem kort. Verwijder vervolgens dood gras, mos en los materiaal uit de kale zone. Gebruik eventueel een hark om de bovenlaag licht open te maken.
2. Maak de bodem los
Maak de grond voorzichtig los met een hark of handcultivator. Bij sterk verdichte bodem kan het nodig zijn om dieper te beluchten. Het doel is dat het zaad contact maakt met de grond en dat water kan binnendringen.
3. Voeg indien nodig wat teelaarde toe
Is de bodem arm, ingezakt of ongelijk, dan kun je een dun laagje geschikte gazon- of teelaarde toevoegen. Vermijd een dikke laag die het bestaande gras verstikt. Werk de grond vervolgens licht egaal.
4. Kies geschikt graszaad
Gebruik bij voorkeur graszaad voor gazonherstel of doorzaai. Kies een mengsel dat past bij de omstandigheden. Voor een zonnige plek is een ander mengsel geschikt dan voor een zone met veel schaduw. Volg de dosering op de verpakking: te veel zaad zorgt niet automatisch voor een beter resultaat.
5. Zaai en druk licht aan
Verdeel het zaad gelijkmatig over de kale plek. Hark het heel licht in, zodat het niet volledig bloot blijft liggen. Druk de grond daarna voorzichtig aan. Dat verbetert het contact tussen zaad en bodem.
6. Houd de plek vochtig
Geef na het zaaien voorzichtig water. De grond moet vochtig blijven, maar zeker niet voortdurend doorweekt zijn. Vooral tijdens de eerste weken is regelmatig controleren belangrijk. Een harde wate