Het is een situatie die op de
Belgische wegen regelmatig voor frustratie zorgt. Je staat aan te schuiven op een rijstrook, terwijl een andere bestuurder op de rijstrook naast je blijft doorrijden. Wanneer die rijstrook bijna eindigt, probeert de bestuurder alsnog voor je in te voegen. Moet je die auto dan laten invoegen, ook als je vindt dat hij je bewust voorbijsteekt?
In België is het antwoord duidelijk: bij verplicht ritsen moet je ruimte geven aan bestuurders die op de naastliggende rijstrook rijden en willen invoegen. Maar dat betekent niet dat iedereen zomaar op elk moment voorrang heeft.
Ritsen is verplicht, ook als de andere bestuurder je voorbijrijdt
De Belgische wegcode bepaalt dat bestuurders bij sterk vertraagd verkeer moeten ritsen wanneer een rijstrook ophoudt of verder rijden op die rijstrook niet meer mogelijk is. Dat staat in artikel 12bis van de huidige wegcode. De regel geldt op wegen met minstens twee rijstroken in dezelfde rijrichting en is dus niet beperkt tot autosnelwegen.
Concreet betekent dit dat bestuurders op de rijstrook die verdwijnt, zo lang mogelijk mogen doorrijden. Ze moeten pas vlak voor de versmalling invoegen. Wie op de naastliggende rijstrook rijdt, moet daar beurtelings één bestuurder tussenlaten.
Dat een andere automobilist je voorbijrijdt terwijl jij al staat aan te schuiven, betekent dus niet automatisch dat die bestuurder iets verkeerd doet. Integendeel: bij verplicht ritsen is het net de bedoeling dat bestuurders de beschikbare ruimte op beide rijstroken benutten.
Mag je iemand weigeren omdat die je voorbijsteekt?
Nee, niet als de situatie onder de verplichte ritsregel valt. De bestuurder op de vrije rijstrook moet vlak voor de versmalling beurtelings voorrang verlenen aan één invoegende bestuurder. Je mag dus niet zomaar blijven doorrijden om te verhinderen dat iemand invoegt omdat je vindt dat die persoon voordringt.
Wegcode
Dat betekent evenwel niet dat een bestuurder op de verdwijnende rijstrook zich zomaar tussen twee auto's mag wringen. Ook die bestuurder moet voorzichtig rijden en zijn intentie om in te voegen tijdig kenbaar maken. Veiligheid blijft belangrijk.
Wanneer geldt de ritsregel niet?
De verplichte ritsregel geldt niet in elke situatie waarin een auto invoegt. Bij het oprijden van de autosnelweg moet je bijvoorbeeld voorrang verlenen aan het verkeer dat al op de autosnelweg rijdt. Dat blijft zo wanneer het verkeer sterk vertraagd is. Een bestuurder op de autosnelweg kan je uiteraard uit hoffelijkheid laten invoegen, maar is daartoe niet verplicht op basis van de ritsregel.
Ook wanneer het verkeer vlot doorrijdt, is er niet automatisch sprake van verplicht ritsen. De wettelijke voorwaarden van sterk vertraagd verkeer en een rijstrook die ophoudt of waarop verder rijden wordt verhinderd, moeten vervuld zijn.
Wat doe je het best in de praktijk?
Wie correct wil ritsen, rijdt door tot vlak voor de versmalling en voegt daar veilig in. Wie op de vrije rijstrook rijdt, laat beurtelings één voertuig invoegen. Is het rijden zowel op de linker- als op de rechterrijstrook verhinderd, dan krijgt eerst één bestuurder op de rechterrijstrook de kans om in te voegen en daarna één bestuurder op de linkerrijstrook.
De conclusie is duidelijk: bij verplicht ritsen moet je een bestuurder laten invoegen, ook als die je voorbijrijdt terwijl jij al staat aan te schuiven. Het is geen wedstrijd om als eerste aan de versmalling te komen, maar een verkeersregel die ervoor moet zorgen dat het verkeer zo vlot en veilig mogelijk blijft doorstromen.