Je rijdt op een weg waar je maximaal 70 km/u mag. De teller van je auto staat op 71 km/u. Kun je daarvoor meteen een boete krijgen? Het korte antwoord is: in de praktijk wordt er rekening gehouden met een technische correctie, waardoor niet zomaar elke minimale overschrijding automatisch tot een boete leidt.
Bij een snelheidsovertreding wordt in België namelijk niet simpelweg de snelheid gebruikt die de radar meet. De politie vermeldt zowel de gemeten als de gecorrigeerde snelheid op het proces-verbaal. Het bedrag van de boete wordt berekend op basis van die gecorrigeerde snelheid. Die correctie gebeurt automatisch in het voordeel van de bestuurder.
Waarom bestaat die correctie?
Een snelheidsmeter of radar is geen magisch meetinstrument zonder enige technische onzekerheid. Daarom wordt bij de vastgestelde snelheid een technische correctie toegepast.
Voor snelheidsovertredingen wordt rekening gehouden met een correctie van 6 km/u bij lagere snelheden. Vlaanderen gebruikt die technische correctie ook expliciet bij de regeling voor GAS-snelheid.
Dat betekent bijvoorbeeld dat een radar die een voertuig aan 67 km/u meet op een plaats waar 60 km/u is toegestaan, een gecorrigeerde snelheid van 61 km/u kan opleveren. De politie geeft dat voorbeeld zelf: 67 km/u gemeten wordt 61 km/u gecorrigeerd.
Dus 1 km/u te snel?
Stel dat je op een weg met een limiet van 70 km/u rijdt en de radar meet 71 km/u. Dan ligt de gemeten snelheid slechts 1 km/u boven de toegelaten snelheid. Door de technische correctie zal die snelheid niet als 71 km/u worden beschouwd voor de berekening van de boete.
Het is dus niet correct om te zeggen dat je vanaf exact 1 km/u boven de limiet automatisch een boete krijgt.
Dat betekent overigens niet dat je wettelijk "1 km/u extra mag rijden". De maximumsnelheid blijft gewoon de maximumsnelheid. De technische correctie is een onderdeel van de manier waarop snelheidsovertredingen worden vastgesteld en beboet.
Vanaf wanneer betaal je dan?
Wanneer de gecorrigeerde snelheid wél boven de toegelaten snelheid ligt, kan een boete volgen.
Sinds 1 juli 2026 bedraagt de onmiddellijke inning voor de eerste 10 km/u snelheidsovertreding €58, exclusief de administratieve toeslag. Voor elke bijkomende kilometer boven die eerste 10 km/u geldt een hoger bedrag. Op bepaalde plaatsen, zoals een zone 30, een bebouwde kom of schoolomgeving, bedraagt dat vanaf de elfde kilometer €12 per extra kilometer. Op andere wegen is dat €7.
De bedragen zijn in 2026 bovendien met 10 procent verhoogd. Bovenop de boete komt nog een administratieve toeslag van €10,67.
Let op met je eigen snelheidsmeter
Er is nog een belangrijk verschil tussen de snelheid die je op het dashboard ziet en de snelheid die een radar meet. Je auto kan bijvoorbeeld 71 km/u aangeven terwijl de werkelijke snelheid iets lager ligt. Daarom kun je je eigen teller niet gebruiken als garantie dat je nooit geflitst zult worden.
Ook de plaats waar je rijdt speelt een belangrijke rol. Een snelheidsovertreding in een zone 30 wordt anders behandeld dan dezelfde overschrijding op een andere weg.
Conclusie: wie 1 km/u boven de toegelaten snelheid rijdt, krijgt niet automatisch een boete voor die ene kilometer. De vastgestelde snelheid wordt eerst technisch gecorrigeerd en het bedrag wordt vervolgens berekend op basis van de gecorrigeerde snelheid. Maar er bestaat geen officiële "gratis kilometer": de limiet blijft altijd de wettelijke maximumsnelheid.