Het is een bericht dat bij menig reiziger en belastingbetaler de wenkbrouwen doet fronsen: de Vlaamse vervoersmaatschappij
De Lijn heeft vorig jaar een recordbedrag aan boetes moeten ophoesten voor het rijden in lage-emissiezones. Uit recente cijfers die Vlaams Parlementslid Bert Maertens heeft opgevraagd, blijkt dat de teller in 2025 is gestopt op maar liefst 313.343 euro.
Het contrast met enkele jaren geleden is gigantisch, want in 2023 werden er nog nagenoeg geen overtredingen vastgesteld. De stijging naar meer dan tweeduizend boetes op één jaar tijd legt een pijnlijk pijnpunt bloot in het hart van onze mobiliteit.
Gent als absolute uitschieter
De cijfers laten er geen twijfel over bestaan waar het schoentje precies wringt. Van de ruim tweeduizend boetes die De Lijn vorig jaar ontving, zijn er maar liefst 1.878 afkomstig uit de Gentse binnenstad. Het stadsbestuur beboet de bussen die het openbaar vervoer in diezelfde stad moeten garanderen, wat door critici als een volstrekt absurde situatie wordt bestempeld. Terwijl de vervoersmaatschappij probeert om de stad bereikbaar te houden, wordt ze financieel gestraft door de lokale overheid omdat een deel van de vloot nog niet aan de strengste milieunormen voldoet.
Het is natuurlijk niet zo dat De Lijn uit onwil met oudere dieselbussen blijft rijden. Er wordt momenteel een recordbedrag geïnvesteerd in de vergroening van de vloot onder impuls van minister van Mobiliteit Annick De Ridder. Het doel is om vervuilende voertuigen stelselmatig te vervangen door moderne elektrische bussen. Het grote probleem is echter dat zo’n enorme vloot niet van de ene op de andere dag vernieuwd kan worden. Bovendien vraagt de overstap naar elektrisch rijden om een enorme aanpassing van de infrastructuur, iets wat in Gent momenteel op een dood spoor lijkt te zitten.
Een juridische knoop rond de stelplaats
De kern van de vertraging in de Gentse regio ligt bij de bouw van een nieuwe, noodzakelijke stelplaats die de laadcapaciteit voor elektrische bussen moet bieden. Dit dossier sleept al tientallen jaren aan en kreeg onlangs een nieuwe klap toen de vergunning werd vernietigd door de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Het is een wrange paradox dat milieuactivisten via juridische weg de bouw van deze stelplaats tegenhouden, terwijl juist die infrastructuur nodig is om de dieselbussen definitief uit het Gentse straatbeeld te bannen. Zolang er geen plek is om de nieuwe bussen op te laden, kan De Lijn niet anders dan de oude vloot op de weg houden, met alle boetes van dien.
Een roep om politiek gezond verstand
In afwachting van een definitieve oplossing voor de huisvesting van de nieuwe bussen, klinkt de roep naar het Gentse stadsbestuur steeds luider om wat meer coulance te tonen. Het betalen van tienduizenden euro’s aan boetes door de ene overheid aan de andere voelt voor velen aan als vestzak-broekzakoperatie waar de burger uiteindelijk de rekening voor betaalt. Het zou de stad sieren om een uitzondering te maken voor de bussen die essentieel zijn voor de mobiliteit, zolang de noodzakelijke vergroening buiten de schuld van De Lijn om vertraging oploopt.