Wie dit najaar een zak of bakje friet bestelt bij de frituur of op de kaart van een restaurant ziet staan, zal waarschijnlijk kortere staafjes op zijn bord krijgen. Door een langdurige periode van droogte en aanhoudende hitte zijn de aardappelen in de grond aanzienlijk kleiner gebleven. Maar wat betekent deze tegenvallende oogst voor je portemonnee?
Knolgroei op de spaarstand
De combinatie van hoge temperaturen en te weinig neerslag eist zijn tol op de aardappelvelden. Bij extreme hitte schakelt de aardappelplant over op een 'spaarstand' om te overleven. De knolgroei stagneert en de aardappel stopt met dikker en langer worden. Omdat er in verschillende regio's ook beregeningsverboden gelden, konden telers niet overal extra sproeien.
Grote frietverwerkers (zoals Aviko) waarschuwen de horeca en frituren inmiddels dat de frieten uit de nieuwe oogst simpelweg korter zullen uitvallen.
Worden de frieten hierdoor ook duurder?
Het korte antwoord: de kans op een prijsstijging is aanwezig, maar de droogte is niet de enige — en zeker niet de grootste — factor.
De prijs van een pakje friet hangt af van verschillende zaken:
- Vaste contracten vangen de eerste klappen op:Het merendeel van de frietaardappelen (zo'n 80% tot 90%) wordt geteeld op basis van vaste contracten tussen de boer en de verwerkende industrie. Schommelingen op de vrije markt hebben daardoor niet meteen een direct effect op de inkoopprijs van de fabriek.
- Klein aandeel van de grondstof in de eindprijs:De aardappel zelf vormt maar een heel klein deel van de totale prijs van een bakje friet. In een gemiddelde portie friet zit voor hooguit een paar cent aan ruwe aardappelen. Zelfs als de grondstofprijs voor de fabriek verdubbelt, betekent dat op papier slechts een paar cent extra per portie.
- Duurdere vrije markt & nevenkosten:Toch stijgen de prijzen op de vrije markt als er door de kleinere oogst tekorten ontstaan. Verwerkers die extra tonnen moeten bijkopen, betalen daar de hoofdprijs voor. Daarnaast spelen stijgende energiekosten, frituurolie, verpakkingen en stijgende loonkosten een veel grotere rol bij prijsverhogingen in de horeca en supermarkt.
Extra uitdagingen voor de friturist
Naast de lengte brengt de droogte nog een ander praktisch probleem met zich mee voor horecaondernemers. Kortere frietjes vallen anders in het bakje of de puntzak. Hierdoor verandert het volume en is de kans groot dat frituureigenaars ongemerkt méér grammen friet per portie meefrituren om het bakje visueel 'vol' te krijgen. Brancheorganisaties adviseren frituristen dan ook om goed op hun portionering te letten om te voorkomen dat hun marges verdampen.
Conclusie: Dit najaar schuiven we frietjes in de frituurpan die korter zijn dan we gewend zijn. Hoewel een lichte prijsstijging niet uit te sluiten valt door de schaarste op de markt, worden eventuele prijsverhogingen vooral gedreven door stijgende algemene exploitatiekosten en minder door de grootte van de aardappel zelf.