Wie ooit succesvol enkele kilo's verloor, kent het frustrerende gevoel: maanden later staat de weegschaal opnieuw hoger dan gehoopt. Volgens experts heeft dat veel minder te maken met een gebrek aan wilskracht dan vaak wordt gedacht. Ons brein speelt namelijk een veel grotere rol in gewichtsschommelingen dan de meeste mensen beseffen.
Dat blijkt uit inzichten van obesitasexpert en kinderarts Felix Kreier, bekend van het boek Hamster in je brein. Volgens hem is het menselijk lichaam evolutionair geprogrammeerd om energievoorraden zoveel mogelijk te beschermen.
Ons brein denkt nog steeds als in de oertijd
Miljoenen jaren leefden mensen in omstandigheden waarin voedsel schaars was. Daardoor ontwikkelde zich een automatisch overlevingssysteem in de hersenen dat ervoor zorgt dat we voldoende reserves aanleggen.
Kreier vergelijkt dat systeem met een hamster die voortdurend op zoek is naar voedsel en veiligheid. Zolang er voldoende gegeten wordt, blijft die hamster rustig. Zodra het lichaam echter merkt dat er gewicht verloren gaat, beschouwt het dat als een potentieel gevaar.
Het gevolg? Hongergevoelens nemen toe, de drang naar calorierijk voedsel wordt sterker en het lichaam probeert verloren vetreserves zo snel mogelijk opnieuw aan te vullen.
Waarom diëten vaak mislukken
Veel populaire diëten focussen op snelle resultaten. Volgens voedingsdeskundige Mascha van Berkel, auteur van Fck de dieetcultuur*, is dat precies waar het vaak fout loopt.
Ze probeerde jarenlang verschillende diëten, van shakes tot afslankpillen, en slaagde er telkens in gewicht te verliezen. Het probleem ontstond pas nadien. De verloren kilo's keerden telkens terug.
Bij strenge diëten ontstaat vaak een groot calorietekort waardoor het lichaam in een soort alarmfase terechtkomt. Daardoor neemt de kans op eetbuien toe en wordt vet sneller opgeslagen zodra er opnieuw normaal gegeten wordt.
Stress maakt afvallen nog moeilijker
Naast biologische factoren speelt ook stress een belangrijke rol. Het rationele deel van onze hersenen helpt ons plannen maken, gezonde keuzes maken en routines volhouden.
Maar wanneer mensen kampen met werkdruk, financiële zorgen of emotionele problemen, verliest dat deel van het brein een deel van zijn controle. Op zulke momenten krijgen automatische impulsen opnieuw meer invloed.
Dat verklaart volgens Kreier waarom veel mensen na een zware dag plots grijpen naar snacks, fastfood of zoetigheden, ook al waren ze vastberaden om gezond te eten.
Kleine veranderingen werken beter dan extreme maatregelen
Van Berkel slaagde er uiteindelijk wel in haar gewicht langdurig onder controle te krijgen. Niet door een streng dieet te volgen, maar door kleine gewoontes stap voor stap aan te passen.
Ze begon bewuster boodschappen te doen, meer te wandelen en haar voedingskennis uit te breiden. In plaats van extreme sportprogramma's koos ze voor haalbare routines die ze jarenlang kon volhouden.
Volgens experts ligt daar ook de sleutel tot duurzaam gewichtsverlies: niet focussen op snel resultaat, maar op veranderingen die op lange termijn leefbaar blijven.
Een strijd die nooit helemaal verdwijnt
Zelfs ingrijpende medische behandelingen zoals een maagverkleining lossen het onderliggende mechanisme niet volledig op. De fysieke beperking kan helpen om minder te eten, maar het biologische systeem dat vetreserves wil beschermen blijft bestaan.
Daarom benadrukken specialisten dat afvallen niet zozeer een kwestie van enkele maanden discipline is, maar eerder een proces waarbij levenslange gewoontes centraal staan.
De boodschap van de experts is dan ook duidelijk: wie opnieuw aankomt na een dieet, hoeft dat niet automatisch als een persoonlijk falen te zien. Het menselijk brein is simpelweg gebouwd om gewichtsverlies tegen te werken.