De Vlaamse vervoersmaatschappij
De Lijn kampt volgens
Het Laatste Nieuws met een gigantisch inningsprobleem. Hoewel de controleurs de jacht op zwartrijders fors hebben opgevoerd, blijft de financiële oogst mager. Van de ruim 16 miljoen euro aan uitgeschreven boetes in 2025 is tot nu toe amper de helft daadwerkelijk betaald. Dit blijkt uit harde cijfers die Vlaams Parlementslid Jasper Pillen (Anders) heeft opgevraagd.
De statistieken leggen een pijnlijk patroon bloot. In 2024 bleef van de 13 miljoen euro aan processen-verbaal ook al 40 procent onbetaald. Zwartrijders die de dans ontspringen, wekken veel wrevel op. “Veel passagiers die elke dag braaf betalen, zien hun bushalte verdwijnen door beslissingen van deze regering. Tegelijkertijd blijft een groot deel van de zwartrijders ongestraft. Dat vreet aan het rechtvaardigheidsgevoel”, stelt Pillen scherp.
De harde muur van de realiteit
Hoe komt het dat zoveel boetegeld simpelweg verdampt? De Lijn botst bij de invordering vaak op praktische en juridische barrières. Woordvoerder Marco Demerling benadrukt dat het een werk van lange adem is: “In de maanden en zelfs jaren nadat de boete werd opgelegd, kan het geïnde bedrag nog sterk stijgen.” Pas na drie jaar is ongeveer 70 procent voldaan; na vijf jaar verjaren de vorderingen definitief.
De resterende 30 procent is vaak onmogelijk te recupereren. Veel hardnekkige overtreders blijken simpelweg insolvent (onvermogend) of leven in diepe armoede. Daarnaast bemoeilijken foute adresgegevens, verhuizingen en vertrek naar het buitenland het werk van deurwaarders.
Politiek wensdenken versus begrotingscijfers
De timing van deze onthulling is pijnlijk voor de Vlaamse regering. In het regeerakkoord is namelijk afgesproken dat De Lijn dit jaar 30 miljoen euro extra moet ophalen via controles op zwartrijden. Een onmogelijke opdracht, zo klonk eerder al bij De Lijn-topvrouw Ann Schoubs.
Pillen deelt die scepsis: “De minister rekent zich rijk met boetegeld dat ze niet eens kunnen innen.” Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) relativeert de commotie echter en wijst naar de langetermijncijfers: “Een uiteindelijke inningsgraad van 70 procent is heel normaal en ligt hoger dan die bij de NMBS.” De Ridder houdt dan ook vast aan de begrotingsdoelstelling en stuurt extra manschappen op pad; sinds juni versterken elf nieuwe controleurs de rangen om het korps naar 230 toezichters te brengen.