Boeren zoeken volk, maar flexijobbers mogen het veld niet op: Dit is de reden

19 jun , 19:00Binnenland
tuinman
Sinds de federale overheid het systeem van de flexijobs massaal uitbreidde, kan de Belg in tal van sectoren onbelast bijverdienen. Van de bakker om de hoek tot de lokale kmo: overal doken flexijobbers op. Toch blijft één grote, arbeidsintensieve sector opvallend afwezig: de land- en reguliere tuinbouw. Hoewel de nood aan extra handen tijdens oogstperiodes gigantisch is, hebben de sociale partners in de agrarische sector resoluut gebruikgemaakt van hun wettelijke recht op een 'opt-out'. Waarom blijft de poort voor flexijobs op het veld gesloten?

Het dilemma: Kiezen is verliezen

De hoofdreden voor het wegblijven van de flexijob is geen onwil, maar een strategische keuze. De land- en tuinbouwsector beschikt namelijk al decennialang over een eigen, uiterst succesvol statuut voor tijdelijke arbeid: de seizoenarbeid, in de volksmond bekend als het systeem met de 'plukkaart' of gelegenheidsarbeid.
Toen de federale regering de flexijobs openstelde, stelde zij de sector voor een harde keuze: de twee systemen mochten niet zomaar kriskras door elkaar worden gebruikt voor dezelfde kernactiviteiten op het land. Het was het één of het ander. Grote sectororganisaties, waaronder de Boerenbond, trokken na overleg met de vakbonden resoluut de kaart van de vertrouwde seizoenarbeid.

De plukkaart wint op flexibiliteit en buitenlandse instroom

Dat de sector vasthoudt aan de seizoenarbeid heeft alles te maken met de specifieke realiteit van het boerenstiel. Een flexijob is wettelijk strikt gereguleerd: de arbeider moet al minstens drie kwartalen voorafgaandelijk voor minstens $4/5^e$ in loondienst zijn geweest in België, of gepensioneerd zijn.
Voor de Belgische land- en tuinbouw, die tijdens de piekmaanden extreem afhankelijk is van buitenlandse seizoensarbeiders (bijvoorbeeld uit Centraal- en Oost-Europa), is die voorwaarde een onoverkomelijke drempel. Buitenlandse plukkers voldoen immers niet aan die Belgische loopbaanvoorwaarden. Het systeem van de plukkaart laat daarentegen toe om buitenlandse werknemers snel, legaal en flexibel in te zetten wanneer het weer en de rijpe oogst daarom vragen. Het invoeren van flexijobs ten koste van de seizoenarbeid zou de instroom van deze cruciale arbeidskrachten volledig droogleggen.

De uitzonderingen op de regel

Hoewel de tractor voor de flexijobber op het veld geparkeerd blijft, zijn er twee belangrijke uitzonderingen in de 'groene sector':
  • Tuinaanleg en -onderhoud (PSC 145.04): Bedrijven die tuinen ontwerpen, aanleggen of onderhouden vallen onder een apart subcomité. Zij hebben níét gekozen voor een opt-out. Bij een zelfstandige tuinaannemer mag u dus wél als flexijobber aan de slag.
  • De Korte Keten: Wanneer een landbouwer een eigen hoevewinkel, ijssalon of pluktuin uitbaat, vallen die verkoopactiviteiten vaak onder de paritaire comités van de handel of de horeca. In de winkel mag de boer dus wel flexijobbers inzetten, zolang ze wegblijven van de primaire productie op het veld.
Voorlopig blijft de opsplitsing strikt. De Vlaamse land- en tuinbouw kiest voor de zekerheid en internationale flexibiliteit van haar eigen plukkaart, waardoor onbelast bijverdienen tussen de fruitbomen of in de serres voor de gemiddelde Belgische werknemer onmogelijk blijft.
loading

Loading