De Vlaamse overheid pakt de
autokeuring grondig aan. Vanaf 1 september 2026 treden er ingrijpende wijzigingen in werking die een einde moeten maken aan de ellenlange wachtrijen en administratieve overlast in de keuringscentra. De Vlaamse regering, op initiatief van minister van Mobiliteit Annick De Ridder, kiest resoluut voor een versoepeling en rationalisering van het systeem. Hoewel autobestuurders opgelucht ademhalen, klinkt er ook felle kritiek vanuit de sector zelf over de risico's voor de verkeersveiligheid en consumentenbescherming.
Exit verplichte tweedehandskeuring bij binnenlandse verkoop
De meest opvallende maatregel in de nieuwe wetgeving is het nagenoeg volledig schrappen van de specifieke tweedehandskeuring. Wie vanaf september 2026 zijn auto verkoopt aan een andere Belgische particulier of dealer, hoeft daarvoor niet meer speciaal naar de keuring te rijden. Een geldig periodiek keuringsbewijs en de wettelijk verplichte Car-Pass volstaan.
Het doel is duidelijk: de druk op de keuringsstations drastisch verlagen. Critici en sectorfederatie GOCA Vlaanderen waarschuwen echter voor de schaduwzijde van deze beslissing. De grondige tweedehandskeuring fungeerde jarenlang als een technisch 'veiligheidsnet' voor kopers. De Car-Pass garandeert immers enkel de kilometerstand, niet de werkelijke mechanische staat van het voertuig. Kopers zullen vanaf het najaar van 2026 dus kritischer moeten zijn bij de aanschaf van een tweedehandswagen.
Er blijven overigens twee belangrijke uitzonderingen bestaan: de keuring na een zwaar ongeval blijft te allen tijde verplicht, en ook voertuigen die uit het buitenland worden geïmporteerd moeten nog steeds de volledige tweedehands-procedure doorlopen.
Minder vaak naar de keuring: de nieuwe frequenties
Vlaanderen hanteert bij deze hervorming het Europese principe van 'no goldplating': Europese regels strikt volgen waar nodig, maar geen extra, strengere Vlaamse regels opleggen. Dit vertaalt zich in een forse verlaging van de keuringsfrequentie voor nagenoeg alle voertuigcategorieën.
Vanaf 1 september 2026 veranderen de termijnen als volgt:
- Personenwagens: Waar auto's ouder dan 10 jaar of met meer dan 160.000 kilometer op de teller voorheen elk jaar naar de keuring moesten, hoeven zij voortaan slechts om de twee jaar langs te komen.
- Bestelwagens (lichte vracht): Schakelen tussen 2026 en 2028 gefaseerd over van een jaarlijkse naar een tweejaarlijkse controle.
- Bussen: De verplichting om elke drie of zes maanden te passeren verdwijnt; zij worden voortaan één keer per jaar gekeurd.
- Taxi’s en ambulances: Gaan van een halfjaarlijkse controle naar een jaarlijkse keuring.
- Landbouw- en kermisvoertuigen: De termijn wordt verdubbeld van één naar twee jaar.
Daarnaast is er ook goed nieuws voor wie een trekhaak laat monteren. De specifieke, extra keuring die hier vroeger voor nodig was, wordt volledig afgeschaft. Zolang het voertuig zelf over een geldig keuringsbewijs beschikt, mag u de weg op.
Administratieve ademruimte
De hervorming pakt ook de frustratie rond de zogenaamde 'rode kaarten' met beperkte geldigheid aan. Het tijdelijke keuringsattest van drie maanden, dat vaak werd uitgereikt bij administratieve tekortkomingen of kleine defecten, verdwijnt. In de plaats daarvan ontvangen bestuurders een bewijs met een normale geldigheidstermijn. Dit geeft eigenaars substantieel meer tijd om noodzakelijke herstellingen uit te voeren zonder dat ze meteen in de knoop raken met een vervallende deadline.
Een versnipperd Belgisch landschap
Een belangrijk detail is de geografische beperking van deze maatregelen. Omdat mobiliteit een regionale bevoegdheid is, gelden deze versoepelingen enkel en alleen in Vlaanderen. Wallonië en Brussel behouden voorlopig hun eigen, striktere regelgeving. Dit zorgt voor een opmerkelijke situatie waarin een tien jaar oude wagen in Vlaanderen om de twee jaar gecontroleerd wordt, terwijl een identieke wagen enkele kilometers verderop in Brussel nog elk jaar naar de keuring moet.
Bovendien is de veelbesproken volgende stap in de modernisering — de mogelijkheid om je auto te laten keuren bij een erkende privégarage in plaats van een officieel keuringsstation — vertraagd. Wegens complexe juridische bezwaren en overleg met andere beleidsniveaus is die maatregel opgeschoven naar het einde van 2027.
Met deze ingrepen hoopt de Vlaamse overheid de efficiëntie te verhogen en de frustraties bij de burger weg te nemen. Of de vermindering van het aantal controles de verkeersveiligheid effectief zal schaden, zoals sectorfederaties vrezen, zal de toekomst moeten uitwijzen.