Twee jaar geleden werd het aangekondigd als een noodzakelijke modernisering. Vandaag klinkt bij reizigers vooral frustratie. De grote hervorming bij
De Lijn, beter bekend als ‘basisbereikbaarheid’, heeft het openbaar vervoer efficiënter moeten maken. In de praktijk ervaren veel Vlamingen vooral minder aanbod, meer onzekerheid en een groeiend gevoel van vervoersarmoede. Dat schrijft
VRT NWS dinsdag.
Sinds de invoering van de hervorming verdween in Vlaanderen bijna 17 procent van alle bushaltes. Dat zijn meer dan 3.200 stopplaatsen. Het idee daarachter was dat bussen sneller zouden rijden door zich te concentreren op hoofdassen. Maar voor veel reizigers betekent dat vandaag simpelweg verder stappen, vaker overstappen of helemaal geen bus meer nemen.
Vooral in landelijke gemeenten zijn de gevolgen voelbaar. Lokale besturen spreken openlijk over “vervoerseilanden”, waar mensen zonder auto steeds moeilijker raken waar ze moeten zijn.
Flexbussen lossen het probleem niet op
Als alternatief werd sterk ingezet op flexvervoer: kleine busjes die je vooraf moet reserveren. Volgens officiële cijfers maken die flexbussen echter amper 0,3 procent uit van alle ritten bij
De Lijn. Bovendien rijden ze vaak bijna leeg. Reizigersvereniging TreinTramBus becijferde dat meer dan de helft van de kilometers zonder passagiers wordt afgelegd.
Voor wie werkt met vaste uren, of onverwacht terug naar huis moet, blijkt het systeem weinig flexibel. Reserveren, wachten en onzekerheid horen er standaard bij.
Auto wint, openbaar vervoer verliest
Steeds meer mensen die vroeger bus of tram namen, schakelen noodgedwongen over op de auto. Niet omdat ze dat willen, maar omdat het alternatief ontbreekt. Dat effect is zichtbaar in de cijfers: minder reizigers leiden tot minder aanbod, wat op zijn beurt opnieuw reizigers doet afhaken. Een vicieuze cirkel.
Volgens experts is dat een structureel risico van een puur vraaggestuurd systeem. Wie het aanbod afbouwt, creëert zelf de dalende vraag.
Budgetdruk maakt bijsturen moeilijk
Daarbovenop komt de financiële realiteit. De Vlaamse regering besliste recent dat
De Lijn het met 30 miljoen euro minder moet doen. Volgens de directie zal dat onvermijdelijk opnieuw voelbaar zijn in het aanbod. Grote correcties lijken daardoor weinig realistisch op korte termijn.
Wat blijft er over?
De hervorming moest zorgen voor een toekomstgericht openbaar vervoer. Twee jaar later blijkt vooral dat betrouwbaarheid en bereikbaarheid voor veel mensen zijn afgenomen. Flexvervoer helpt wie geen alternatief heeft, maar overtuigt geen nieuwe reizigers. En zolang structurele investeringen uitblijven, lijkt de kloof tussen ambitie en realiteit alleen maar groter te worden.