Het zonnige weer van de voorbije weken deed veel
zonnepanelen op volle toeren draaien. Toch leverde de stroom die bezitters op het net injecteerden teleurstellend weinig op. Waar de een tot 175 euro per jaar ontvangt voor zijn overschot, moet de ander het doen met een schamele 53 euro. Hoe zorg je ervoor dat je wél het maximale uit je zonnestroom haalt?
HLN vroeg onafhankelijke experts naar de beste strategie voor de consument.
De harde cijfers: het gapende gat tussen verbruik en injectie
Wie stroom van het net verbruikt, betaalt daar momenteel gemiddeld 37 cent per kilowattuur (kWh) voor. De vergoeding die je krijgt als je zonnestroom teruglevert (het injectietarief), ligt daarentegen op een gemiddelde van slechts 4 cent per kWh.
Dit enorme verschil van ruim negen keer zoveel betalen als ontvangen, heeft een duidelijke reden. Volgens energie-expert Alex Polfliet piekt de stroomproductie van alle zonnepanelen tegelijkertijd op zonnige dagen. Is de vraag op dat moment laag, dan ontstaan er overschotten. Energieleveranciers zitten dan niet te wachten op extra stroom, wat leidt tot zeer lage en soms zelfs negatieve injectieprijzen waarbij terugleveren geld kost. Matthias Detremmerie (Elindus) benadrukt dat hierin geen kentering wordt verwacht: door de aanhoudende groei van het aantal zonnepanelen blijft de wet van vraag en aanbod de prijzen drukken.
Wat kun je als consument doen?
Om de energiefactuur zo laag mogelijk te houden, adviseert het expertpanel drie concrete stappen:
1. Stem je verbruik af op de zon
De meest effectieve methode is simpel: verbruik je eigen stroom op het moment dat je panelen die opwekken. Die stroom is immers volledig gratis. Zet de wasmachine, vaatwasser of airco aan overdag als de zon schijnt, in plaats van 's avonds. Dit is relevanter dan ooit, aangezien populaire 'Happy Hours' (gratis stroomuren van leveranciers) tijdens recente hittegolven niet werden toegekend vanwege een hoge algemene stroomvraag door airco's en onderhoud aan elektricentrales.
2. Kijk naar de totale combinatie bij het vergelijken
Bijna alle energieleveranciers (behalve Engie) verplichten je om je injectiecontract te koppelen aan je verbruikscontract. Kenneth Vansina van Mijnenergie.be raadt aan om bij vergelijkingssites altijd zowel je verbruik als je verwachte injectie in te vullen:
- Verbruikstarief eerst: Dit tarief heeft veruit de grootste impact op je totale factuur.
- Injectietarief als doorslag: Liggen de verbruikstarieven van twee leveranciers dicht bij elkaar? Dan kan het injectietarief de doorslag geven. De verschillen zijn groot: in juni betaalden Frank Energie en Eneco meer dan 5 cent per kWh, terwijl TotalEnergies op 1,51 cent bleef steken.
- Timing: Overstappen loont ook nu nog. Hoewel een nieuw contract vaak pas eind juli ingaat, profiteer je in augustus en september nog volop van de resterende zonnige maanden waarin je veel overschot produceert.
3. Kies het contracttype dat bij je past
De keuze voor het type verbruikscontract blijft door de huidige marktonzekerheid (onder meer door de situatie in het Midden-Oosten en lage Europese gasvoorraden) een gok. Detremmerie vergelijkt het met een spelletje vogelpik:
- Vast tarief: Je betaalt hogere instapkosten, maar koopt zekerheid. Breekt er een crisis uit, dan tref je de roos.
- Variabel tarief: Goedkoper bij de instap, maar je deelt in de klappen als de marktprijzen stijgen.
- Dynamisch contract: De stroomprijs wijzigt per uur. Dit biedt de grootste kans om te besparen op momenten dat stroom goedkoop is, maar vereist dat je jouw dagelijkse gedrag en verbruik hier strikt op aanpast.
Welke contractvorm of leverancier je ook kiest, de gouden regel voor de consument anno 2026 blijft: hoe minder stroom je injecteert en hoe meer je direct zelf verbruikt, hoe beter voor je portemonnee.