De uitbraak van Ebola in Congo groeit sneller dan verwacht en dat zorgt voor grote onrust bij de Wereldgezondheidsorganisatie. WHO-topman Tedros Adhanom Ghebreyesus spreekt van een situatie die hem “diep bezorgd” maakt. Volgens hem zijn er al minstens 500 vermoedelijke besmettingen en 130 vermoedelijke overlijdens gemeld.
De meeste meldingen komen uit Ituri, een provincie in het noordoosten van Congo. Net daar is de situatie bijzonder moeilijk. Het gebied kampt al langer met geweld en onveiligheid, waardoor hulpverlening en contactopsporing veel ingewikkelder worden. Meer dan 100.000 mensen zouden recent op de vlucht zijn geslagen. Bij een Ebola-uitbraak is dat bijzonder gevaarlijk, omdat verplaatsingen het virus sneller kunnen verspreiden.
Ook zorgen buiten Congo
De ongerustheid blijft niet beperkt tot Congo alleen. Er is ook een geval bevestigd in Kampala, de hoofdstad van Uganda. Daarnaast testte een Amerikaan positief en werd die naar Duitsland overgebracht. Volgens Tedros zullen de cijfers de komende dagen wellicht nog veranderen, omdat de opsporing en labo-onderzoeken worden opgedreven.
Opvallend is dat Tedros de uitbraak al uitriep tot internationale noodsituatie nog vóór een noodcomité samenkwam. “Ik deed dit niet lichtzinnig”, zei hij. De verspreiding in stedelijke gebieden en besmettingen bij zorgverleners maken de situatie extra zorgwekkend.
De huidige uitbraak wordt veroorzaakt door het Bundibugyo-virus, een zeldzame Ebola-variant waarvoor volgens het bericht geen vaccins of behandelingen bestaan. Dat maakt de strijd tegen de ziekte nog moeilijker. De schaduw van eerdere uitbraken hangt intussen zwaar boven de regio. Tussen 2018 en 2020 stierven in Ituri en Noord-Kivu bijna 2.300 mensen bij een andere Ebola-uitbraak.