Wie door de Zeeuws-Vlaamse badplaats Cadzand wandelt, kan er niet omheen: het aantal bordjes met 'te koop' bereikt een recordhoogte. Mensen met een tweede verblijf verkopen massaal hun pand. Niet uit vrije wil, maar door een opeenstapeling van strengere regels en een fors gestegen fiscale druk.
In de etalages van lokale makelaars staan momenteel tot wel drie keer zoveel woningen als normaal. Waar Cadzand voorheen bekendstond als een aantrekkelijk toevluchtsoord voor tweedeverblijvers — waaronder ook veel Belgen —, klagen eigenaars nu dat de situatie onhoudbaar is geworden.
Opeenstapeling van fiscale maatregelen
De oorzaak van de uitverkoop ligt bij een reeks ingrijpende hervormingen:
- Hogere vermogensbelasting: Via de Nederlandse Box 3-regeling stegen de belastingen op de fictieve waardestijging van vakantiewoningen flink. Samen met de lokale heffingen en onderhoudskosten lopen de vaste jaarlijkse lasten voor een gemiddelde woning op tot meer dan 10.000 euro.
- Inperking van de verhuur: Sinds begin 2024 stak de gemeente Sluis een stokje voor de verhuur aan toeristen buiten het hoogseizoen. Panden mogen nog maar maximaal 28 dagen per jaar verhuurd worden, waardoor eigenaars hun kosten niet meer kunnen terugverdienen.
Vrees voor de lokale economie
Vooral in het duurdere segment — zoals Penthouses en vrijstaande villa's — stijgt het aanbod snel. Lokale ondernemers maken zich grote zorgen. Zij vrezen dat het vertrek van kapitaalkrachtige bewoners de lokale middenstand en het toerisme hard zal treffen.
Toch ziet niet iedereen de crisis als een slechte zaak. De strengere verhuurregels waren immers bedoeld om de woningmarkt weer toegankelijk te maken voor starters en lokale gezinnen. Maar omdat de prijzen in de badplaats voorlopig torenhoog blijven, merken woningzoekenden daar nog weinig van. Voorlopig hopen makelaars en eigenaars op een versoepeling vanuit de politiek, want aan een dorp vol leegstaande panden heeft uiteindelijk niemand iets.