Een elektrische auto gewoon thuis in het stopcontact steken lijkt op het eerste gezicht de eenvoudigste oplossing. Je hebt er geen laadpaal voor nodig en de auto kan rustig enkele uren blijven staan. Toch zit er een belangrijk nadeel aan die manier van laden: een groter deel van de elektriciteit die je uit het net haalt, komt uiteindelijk niet in de batterij terecht.
Dat blijkt uit recente metingen van de Duitse automobilistenvereniging ADAC. Vijf verschillende elektrische auto's werden getest bij het laden via een gewoon huishoudelijk stopcontact en via een wallbox. Het verschil bleek behoorlijk groot.
Verlies kan boven de 20 procent uitkomen
Bij het laden via een huishoudelijk stopcontact bedroegen de gemeten verliezen tussen 12,7 en 24,2 procent, afhankelijk van het geteste voertuig. Bij de Mercedes CLA 350 EQ liep het verlies zelfs op tot 24,2 procent.
Bij een wallbox van 11 kW lagen de verliezen in dezelfde test tussen 5,1 en 7 procent. Dat betekent dat de auto bij een wallbox veel efficiënter gebruikmaakt van de elektriciteit die vanuit het net wordt aangevoerd.
Dat verschil merk je niet onmiddellijk aan je auto. De batterij krijgt uiteindelijk gewoon de hoeveelheid energie die nodig is. Het extra verbruik staat echter wel op je elektriciteitsmeter.
Waar verdwijnt die stroom dan naartoe?
Het is niet zo dat elektriciteit letterlijk ergens uit de kabel 'weglekt'. Een deel van de energie gaat verloren door technische processen die nodig zijn om de batterij te laden.
Een elektrische auto slaat energie op als gelijkstroom, terwijl het elektriciteitsnet wisselstroom levert. De boordlader van de auto moet die stroom dus omzetten. Daarbij ontstaat warmte en gaat een deel van de energie verloren.
Daarnaast blijven tijdens het laden verschillende systemen in de auto actief. De ADAC stelde vast dat onder meer de elektronica die het laadproces controleert energie blijft gebruiken. Bij een lage laadvermogens duurt het laden langer, waardoor die systemen ook langer actief blijven.
En precies daar zit een belangrijk verschil met een wallbox.
Langzaam laden is niet altijd zuiniger
Veel mensen denken dat langzaam laden automatisch efficiënter is omdat de batterij minder zwaar wordt belast. Voor de totale hoeveelheid elektriciteit die je uit het net haalt, blijkt dat echter niet noodzakelijk zo te zijn.
Bij een huishoudelijk stopcontact wordt vaak rond 2,3 kW geladen. Daardoor kan een auto vele uren aan de stroom hangen. De elektrische systemen in de wagen blijven gedurende die volledige periode energie verbruiken.
Een wallbox kan het laadvermogen veel hoger leggen. Daardoor is de benodigde energie sneller in de batterij opgeslagen en draaien de ondersteunende systemen minder lang. In de ADAC-test waren de laadverliezen bij 11 en 22 kW dan ook duidelijk lager.
Wat betekent dat voor je energiefactuur?
Stel dat een elektrische auto uiteindelijk 60 kWh in zijn batterij moet opslaan. Bij een verlies van 15 procent moet er ongeveer 70,6 kWh uit het elektriciteitsnet worden gehaald. Bij een verlies van 6 procent is dat ongeveer 63,8 kWh.
Dat verschil bedraagt bijna 7 kWh per laadbeurt.
Wie slechts af en toe via een stopcontact laadt, zal daar misschien weinig van merken. Maar iemand die zijn auto vrijwel dagelijks op die manier oplaadt, kan op jaarbasis een aanzienlijk verschil opbouwen.
Stopcontact is dus niet verboden
Dat betekent niet dat je een elektrische auto nooit via een gewoon stopcontact mag laden. Vlaanderen vermeldt uitdrukkelijk dat dit in veel gevallen mogelijk is wanneer je een geschikte Mode 2-laadkabel gebruikt. Het stopcontact moet onder meer geaard zijn en de installatie moet in goede staat verkeren.
Voor wie regelmatig thuis laadt, is een wallbox echter interessanter. Je laadt niet alleen veel sneller, maar volgens de recente ADAC-metingen ook met aanzienlijk minder verlies.
Wie dus denkt dat een gewoon stopcontact de goedkoopste manier is om een elektrische auto thuis op te laden, kan zich vergissen. De laadpaal kost geld om te installeren, maar het efficiëntere laden kan daarna ook elektriciteit besparen.