Hoeveel geld staat er gemiddeld op de spaarrekening van een Belg? Een eenvoudig antwoord lijkt voor de hand te liggen, maar in werkelijkheid is die vergelijking minder vanzelfsprekend dan ze lijkt. Er bestaat namelijk een groot verschil tussen spaargeld, maandelijks
sparen en het totale financiële vermogen van een gezin.
Toch geven recente onderzoeken wel een duidelijk beeld van hoe Belgische huishoudens ervoor staan.
Eén op de vier spaart minstens 500 euro per maand
Een van de meest recente onderzoeken naar de financiële situatie van Belgische gezinnen komt van Deloitte, dat samen met Argenta in 2025 de financiële gezondheid van 3.000 Belgen onderzocht.
Daaruit blijkt dat 26 procent van de Belgische huishoudens minstens 500 euro per maand opzijzet. Dat aandeel lag in 2022 nog op 19 procent. Er wordt dus door een grotere groep minstens een stevig bedrag gespaard.
Aan de andere kant spaart 30 procent van de huishoudens helemaal niet of minder dan 100 euro per maand. Ook dat cijfer is verbeterd tegenover 2022, toen het nog om 36 procent ging.
Wie elke maand 500 euro spaart, behoort dus niet tot een meerderheid. Het is een bedrag dat ongeveer één op de vier Belgische gezinnen zegt opzij te zetten. Dat betekent niet automatisch dat die gezinnen ook een grote spaarbuffer hebben: sommige mensen zijn pas gestart met sparen, terwijl anderen al jarenlang geld opzijzetten.
Hoeveel staat er werkelijk op de spaarrekening?
Voor het exacte bedrag dat Belgen op hun spaarrekening hebben, zijn de beschikbare cijfers minder duidelijk. Banken en onderzoeksinstellingen publiceren niet altijd een gemiddelde, omdat zo’n cijfer sterk wordt beïnvloed door gezinnen met zeer grote vermogens.
Een Belg met 2.000 euro spaargeld en een andere Belg met 200.000 euro kunnen samen bijvoorbeeld een hoog gemiddelde opleveren, terwijl dat bedrag voor de meeste mensen weinig herkenbaar is. Daarom zijn verdelingen en percentages vaak nuttiger dan één zogenaamd gemiddeld bedrag.
Ook de leeftijd speelt een belangrijke rol. Jongvolwassenen hebben doorgaans minder tijd gehad om een buffer op te bouwen. Gezinnen die al twintig of dertig jaar werken, kunnen dan weer beschikken over spaargeld, beleggingen, vastgoed en pensioenreserves.
Belgische gezinnen hebben wel een groot financieel vermogen
Een recent onderzoek van ING maakt duidelijk waarom de term “gemiddelde Belg” soms misleidend kan zijn. Volgens ING bedroeg het gemiddelde netto financiële vermogen van een Belgisch gezin in 2025 ongeveer 257.000 euro.
Dat klinkt bijzonder hoog, maar dit bedrag mag je niet verwarren met het geld op een gewone spaarrekening. Het gaat om het totale financiële vermogen, na aftrek van schulden. Daarin zitten onder meer spaargeld, aandelen, beleggingsfondsen, obligaties en andere financiële activa. Het bedrag is bovendien opgebouwd over meerdere decennia en wordt sterk beïnvloed door gezinnen met grote vermogens.
Het gemiddelde zegt dus weinig over hoeveel geld een doorsnee gezin onmiddellijk beschikbaar heeft voor een onverwachte factuur.
Belgen sparen minder dan vroeger
ING stelt ook vast dat Belgen vandaag niet langer de “superspaarders” zijn die ze vroeger werden genoemd. In 2025 spaarden Belgische gezinnen 12,8 procent van hun beschikbare inkomen. In de eurozone lag dat aandeel op 14,7 procent.
Wanneer alleen naar financiële activa wordt gekeken, bedraagt de financiële spaarquote in België ongeveer 4 procent, tegenover 6 procent in de eurozone. Een belangrijke verklaring is dat een groot deel van het Belgische vermogen historisch naar vastgoed ging. Volgens ING ging de voorbije 25 jaar gemiddeld ongeveer 70 procent van het spaargeld naar vastgoed en 30 procent naar financiële activa.
Dat betekent dat een gezin met een eigen woning financieel veel vermogen kan hebben, maar toch relatief weinig geld op een spaarrekening.
Een buffer is belangrijker dan het gemiddelde
De vraag of je meer spaargeld hebt dan de gemiddelde Belg, is daarom niet altijd de nuttigste vergelijking. Belangrijker is of je voldoende geld achter de hand hebt om onverwachte kosten op te vangen.
Denk aan een kapotte auto, een medische factuur, een tijdelijke inkomensdaling of een onverwachte herstelling aan de woning. Wie daarvoor niet meteen geld moet lenen, beschikt over een belangrijke financiële buffer.
Uit een andere ING-enquête blijkt dat 57 procent van de Belgische gezinnen spaargeld heeft dat overeenkomt met meer dan drie maanden netto gezinsinkomen. Dat betekent tegelijk dat een aanzienlijk deel van de gezinnen die buffer niet haalt.
Conclusie: er bestaat geen betrouwbaar bedrag waarmee je eenvoudig kunt bepalen of je meer spaargeld hebt dan de gemiddelde Belg. Wel tonen de onderzoeken dat ongeveer één op de vier gezinnen minstens 500 euro per maand spaart, terwijl drie op de tien gezinnen minder dan 100 euro per maand opzijzetten. Je eigen financiële situatie vergelijken met een gemiddelde is dus minder belangrijk dan nagaan of je voldoende reserve hebt voor je persoonlijke uitgaven en onverwachte kosten.