Terwijl het Internationaal Energieagentschap (IEA) koortsachtig overlegt over het vrijgeven van strategische noodvoorraden, kiest België voor een afwachtende houding. Ons land beschikt over een buffer van 25 miljoen vaten olie, maar weigert die momenteel aan te spreken.
Experts waarschuwen dat we ons moeten voorbereiden op de grootste energiecrisis uit de geschiedenis.
De laatste buffer tegen totale schaarste
Strategische reserves zijn wettelijk verplicht voor de 32 lidstaten van het IEA en moeten het nationale verbruik gedurende drie maanden kunnen dekken. Professor Thijs Van de Graaf van de UGent benadrukt dat deze voorraden de allerlaatste verdedigingslinie vormen. Hoewel landen als de Verenigde Staten en Nederland al delen van hun reserves hebben vrijgegeven om de markten te kalmeren, houdt België de vinger op de knip.
Het voortijdig aanspreken van deze noodvoorraad kan namelijk averechts werken. Wanneer de markt ziet dat de buffers slinken, kan de onrust juist toenemen, wat leidt tot nog grotere prijsvolatiliteit. Bovendien zijn de reserves in de eerste plaats bedoeld om fysieke tekorten op te vangen en niet om de brandstofprijzen aan de pomp kunstmatig te manipuleren.
Lessen uit het verleden en autoloze zondagen
De geschiedenis leert dat ingrijpen in de olievoorraad slechts zelden gebeurt. Sinds de oprichting van het IEA in 1974 is de reserve pas vijf keer ingezet, onder meer tijdens de Golfoorlog en na de invasie van Oekraïne in 2022. De huidige crisis, versterkt door de blokkade van de Straat van Hormuz, wordt nu al vergeleken met de olieschokken uit de jaren zeventig.
Zonder deze reserves zouden drastische maatregelen zoals rantsoenering en autoloze zondagen onvermijdelijk zijn. In Azië wordt momenteel al geëxperimenteerd met een vierdagenwerkweek en verplicht thuiswerk om de vraag naar brandstof te temperen. Volgens experts is het dan ook verstandig om nu al in te zetten op vraagvermindering in plaats van enkel te hopen op lagere prijzen.
Een somber perspectief voor de lange termijn
De vooruitzichten voor het wereldwijde energie-aanbod zijn weinig rooskleurig. De verstoring in de aanvoer is op dit moment groter dan de crises van 1973, 1979 en de recente gascrisis bij elkaar opgeteld. De verwoeste infrastructuur in conflictgebieden zorgt ervoor dat de productie niet zomaar kan worden opgeschroefd.
Zelfs als de spanningen morgen zouden afnemen, duurt het nog maanden voordat de olieproductie weer op het oude peil is. Bij een verdere escalatie van de internationale conflicten kan het zelfs jaren duren voordat de energiemarkt stabiliseert. De strategische reserves van België blijven voorlopig dus veilig in de opslagtanks, wachtend op een scenario waarin de nood echt het hoogst is.