Wie vandaag 58 jaar of jonger is, krijgt plots een heel andere pensendiscussie op zijn bord. De federale ministerraad heeft een consensus bereikt over een ingrijpende pensioenbesparing die de gemoederen hoog doet oplopen: de zogenaamde ‘cap 20%’. Werknemers geboren in of na 1968 mogen in hun totale loopbaan nog maximaal 20 procent ‘gelijkgestelde dagen’ (zoals periodes van ziekte, werkloosheid of tijdskrediet) laten meetellen voor hun pensioenberekening. Alles daarboven wordt onbarmhartig geschrapt.
De maatregel slaat in als een bom bij de vakbonden. Vooral het ABVV reageert furieus en spreekt van "regels die tijdens het spel worden veranderd".
De paradox van langer werken
Het grootste pijnpunt ligt bij de zogeheten landingsbanen. Dit systeem werd destijds door de sociale partners (vakbonden en werkgevers) in het leven geroepen als een uitdoofscenario om oudere werknemers toe te laten halftijds of viervijfde te blijven werken tot aan hun wettelijke pensioenleeftijd.
In juni 2025 bereikten de sociale partners nog een unaniem akkoord om de gelijkstelling van deze landingsbanen te vrijwaren voor wie effectief doorgaat tot de eindstreep. Dat de regering deze dagen nu toch onder de 'cap van 20%' laat vallen, zorgt voor totale onbegrip op de werkvloer.
"Het is te gek voor woorden dat een werknemer die dankzij een landingsbaan tot 67 jaar kan werken, straks wordt bestraft in zijn
pensioen", stelt Raf De Weerdt, federaal secretaris van het ABVV. "De federale regering heeft toch de mond vol van langer werken?"
De cijfers achter de knip: wie betaalt de rekening?
De impact van de 'Jambonmalus' — een term die in de wandelgangen al langer circuleert voor de pensioenbesparingen van de regering-Jambon — is volgens de eerste simulaties niet min. De Federale Pensioendienst (FPD) berekende dat de maatregel één op de tien werknemers rechtstreeks in de portemonnee zal raken. Gemiddeld kijken zij aan tegen een verlies van een slordige 200 euro per maand.
Bovendien is de maatregel volgens critici asociaal verdeeld:
- Retroactief: De wet kijkt naar loopbaanjaren uit het verleden. Wie jaren geleden onvrijwillig werkloos was en recent in een landingsbaan stapte, wordt nu gestraft voor gebeurtenissen die hij niet kon voorzien.
- Sociaal regressief: Het Planbureau raamt dat de allerlaagste pensioenen deze legislatuur met 5,3 procent dalen, en op termijn zelfs met 10,1 procent. Dit omdat lagere inkomens vaker te maken krijgen met periodes van onvrijwillige inactiviteit.
De praktijk: het verhaal van Jan
Neem het fictieve, maar realistische voorbeeld van Jan (geboren in 1968). Jan was in zijn vroege loopbaan in totaal vijf jaar onvrijwillig werkloos en besloot in 2023 over te stappen op een halftijdse landingsbaan om het vol te houden. Als hij netjes doorwerkt tot zijn 67ste (in 2035), overschrijdt hij door die optelsom de grens van 20 procent gelijkstellingen. Resultaat? De FPD moet zijn pensioenrechten deels schrappen. Jan verliest 4 procent van zijn pensioen: bij een gemiddeld bedrag van €2.046 is dat 91 euro per maand minder, levenslang.
Juridisch en logistiek moeras
Het laatste woord is hier overigens nog niet over gezegd. Het ABVV en het ACV trokken de afgelopen maanden al naar het Grondwettelijk Hof en de Raad van State om de retroactieve pensioenknip aan te vechten. Zelfs de Pensioendienst zelf tempert de politieke dadendrang: wegens de enorme complexiteit van de nieuwe berekeningen heeft de FPD al aangegeven de maatregel ten vroegste in 2029 feitelijk te kunnen implementeren. De onzekerheid voor de Belgische vijftigers blijft zo voorlopig compleet.