België staat de komende decennia voor een steeds grotere financiële uitdaging door de vergrijzing van de bevolking. Nieuwe ramingen tonen aan dat de impact op de overheidsfinanciën groter zal uitvallen dan eerder werd verwacht. Vooral de stijgende uitgaven voor gezondheidszorg wegen steeds zwaarder door, terwijl ook de pensioenen een belangrijke kostenpost blijven.
Volgens de nieuwste vooruitzichten zullen de totale sociale uitgaven oplopen van 25,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in 2025 naar 27,2 procent in 2070. De sterkste stijging wordt rond het midden van deze eeuw verwacht, waarna de uitgaven zich zouden stabiliseren.
Opvallend is dat de gezondheidszorg de belangrijkste motor achter die groei vormt. Door de toenemende zorgvraag van een ouder wordende bevolking zullen de uitgaven in die sector de komende jaren sterker stijgen dan de pensioenkosten. Tegelijk wordt de economische groei iets lager ingeschat dan voorheen, waardoor de bijkomende uitgaven relatief nog zwaarder doorwegen op de begroting.
De federale pensioenhervormingen remmen de stijging van de pensioenuitgaven wel enigszins af. Dat gebeurt onder meer doordat mensen langer aan het werk blijven en de wettelijke pensioenleeftijd geleidelijk stijgt. Toch heeft die evolutie ook een keerzijde. De gemiddelde pensioenen zullen naar verwachting minder snel toenemen dan de lonen van werkenden, waardoor gepensioneerden op lange termijn relatief aan koopkracht dreigen in te boeten.
Tegelijk bevat het rapport ook een positieve vaststelling. Het armoederisico bij ouderen is de voorbije jaren duidelijk afgenomen dankzij hogere minimumpensioenen en extra inkomensondersteuning. Daardoor leven vandaag relatief minder gepensioneerden in armoede dan enkele jaren geleden, ondanks de groeiende uitdagingen waarmee de Belgische sociale zekerheid op lange termijn wordt geconfronteerd.