De Amerikaans-Israëlische aanvallen op Iran, die nu ongeveer een week aan de gang zijn, sturen schokgolven door de mondiale energiemarkten. De vrees voor een langdurige blokkade van de cruciale Straat van Hormuz zorgt voor een snelle stijging van de brandstofprijzen, waarbij de gevolgen voor de consument aan de pomp nu al pijnlijk voelbaar zijn. Terwijl strategische reserves nog niet zijn aangesproken, waarschuwen experts dat we aan de vooravond van een grotere prijsschok kunnen staan.
Olieprijs als barometer voor onrust
De prijzen voor ruwe olie zijn in slechts een week tijd fors geklommen. Waar Brent- en WTI-olie begin dit jaar nog rond de 50 à 60 dollar per vat schommelden, is die prijs inmiddels gestegen naar ruim 90 dollar (ongeveer 77,5 euro). Volgens professor Thijs Van de Graaf (UGent) is deze stijging een duidelijk signaal: "Dat kan je zien als een soort barometer. Als die prijs maar blijft stijgen, ziet de markt een duidelijk risico op een langdurige verstoring".
Hoewel de huidige prijs van 90 dollar nog onder de pieken van de Oekraïne-crisis (120 dollar) en het recordjaar 2008 (150 dollar) ligt, is de impact op de economie direct. Het feit dat strategische reserves nog op de plank liggen, biedt enige hoop, maar de blokkade van transportroutes vormt een acuut logistiek probleem.
De flessenhals: Straat van Hormuz ligt stil
Het grootste pijnpunt is de Straat van Hormuz, waar momenteel nauwelijks nog olietankers doorheen varen. Dit heeft geleid tot een cascade aan problemen in de Arabische buurlanden. Omdat de olie niet weg kan, moet deze lokaal worden opgeslagen, maar die capaciteit raakt razendsnel uitgeput. In Irak zitten de opslagtanks al vol en in Koeweit is dat bijna het geval. Enkel de Saudi's hebben nog enige speling, al kan hun alternatieve pijpleiding de geblokkeerde zeestraat niet volledig vervangen.
Wanneer opslagcapaciteit volzet is, moet de productie noodgedwongen worden stilgelegd, wat riskant is voor de oliebronnen zelf. "En er is geen enkele producent die dat wil. Want als je dat doet, duurt het nadien veel langer om de productie op hetzelfde peil te krijgen", legt Van de Graaf uit bij VRT NWS. Bovendien kan een abrupt stopgezette stroom een reservoir ondergronds onherstelbaar beschadigen.
Gasvoorraden op een kritiek punt
Niet alleen olie, maar ook de levering van vloeibaar aardgas (LNG) uit landen als Qatar ligt onder vuur. In Europa komt dit op een ongelukkig moment, aangezien de ondergrondse gasvoorraden na de winter voor slechts 30 procent gevuld zijn. Hoewel de gasprijzen na een initiële stijging enigszins gestabiliseerd zijn — mogelijk omdat het verwarmingsseizoen bijna ten einde is — blijft de dreiging groot. "Dat betekent dat we, na het verwarmingsseizoen, eind maart, veel meer gas aan te kopen hebben", aldus Van de Graaf.
Geen snelle oplossing in zicht
Zelfs als de militaire operaties snel zouden stoppen, zullen de economische effecten nog lang nawegen. Het heropstarten van de productie in landen als Irak en Qatar duurt gemiddeld twee tot vier weken voordat de volle capaciteit weer is bereikt. Bovendien houden verzekeraars rekening met verhoogde risico's, wat zal leiden tot een blijvende veiligheidspremie op brandstoffen.
Met 20 procent van de wereldwijde olie- en LNG-productie die momenteel geblokkeerd is, blijft de situatie uiterst precair. De hoop op een snelle terugkeer naar lagere prijzen aan de pomp lijkt voorlopig onrealistisch zolang de Straat van Hormuz gesloten blijft voor het internationale scheepvaartverkeer.