Pensioensparen: meer storten kan je geld kosten

08 sep , 15:00Financieel
Sparen
Het pensioensparen is en blijft een van de populairste financiële gewoontes van de Belg. Het idee is eenvoudig: je legt vandaag een centje opzij voor later en de fiscus beloont je daar volgend jaar direct voor via een mooie belastingvermindering. Toch laten honderdduizenden Belgen elk jaar tientallen euro's liggen. Dat komt niet omdat ze te weinig sparen, maar omdat ze de spelregels van de fiscus niet optimaal benutten.

De twee fiscale plafonds: De valkuil van de 25%

Om het maximale uit je pensioensparen te halen, moet je eerst het duale systeem begrippen dat de overheid hanteert. Je hebt als belastingbetaler elk jaar de keuze uit twee fiscale plafonds:
  • Het standaardbedrag: Je spaart tot het eerste plafond (circa € 1.020 tot € 1.050, afhankelijk van het specifieke indexatiejaar). Dit levert je een belastingvermindering op van 30% op het gestorte bedrag.
  • Het verhoogde bedrag: Je kiest er uitdrukkelijk voor om meer te sparen, tot het maximale plafond (circa € 1.300 tot € 1.350). In dit geval daalt je belastingvermindering naar 25% op het totale gestorte bedrag.
De bekende fiscale 'valkuil'
Hier gaat het bij veel spaarders mis. Wie beslist om iets meer te sparen dan het standaardbedrag, maar níét het absolute maximum stort, snijdt zichzelf financieel in de vingers.
Stort je bijvoorbeeld net iets boven het eerste plafond (zeg maar € 1.100), dan verspringt je fiscale voordeel voor het hele bedrag van 30% naar 25%. Ongeveer 30% van € 1.020 levert je rond de € 306 belastingkorting op. Stort je € 1.100 aan 25%, dan zakt je fiscale korting naar € 275. Je stort dus meer eigen geld, maar je krijgt minder terug van de belastingen.
De vuistregel: Spaar óf exact tot het maximale eerste plafond (30% voordeel), óf ga meteen door naar het absolute topbedrag (25% voordeel). Alles daartussenin is een cadeau aan de schatkist.

Timing is geld: Waarom januari wint van december

Veel Belgen storten hun pensioenspaarpot pas in december vol, wanneer het jaar bijna om is en ze hun kerstbonus ontvangen. Fincancieel gezien is dat niet de slimste zet.
  1. Pensioenspaarfonds (Beleggen): Kies je voor een pensioenspaarfonds bij de bank, dan wordt je geld belegd op de beurs. Hoe sneller je geld in het jaar op de markt staat (bijvoorbeeld via een maandelijkse automatische opdracht vanaf januari), hoe langer je kapitaal de tijd heeft om te renderen en dividend op te bouwen.
  2. Pensioenspaarrekening (Sparen): Kies je voor een klassieke tak 21-pensioenspaarrekening met een gegarandeerde intrest, dan levert elke maand dat je geld er eerder op staat direct extra intrest op.
Door maandelijks een vast bedrag over te schrijven via een automatische opdracht, spreid je bovendien het risico op de beurs en merk je de maandelijkse inhouding nauwelijks op je zichtrekening.

Wat als je de keuze niet expliciet doorgeeft?

Let op: banken zetten je pensioensparen standaard op het eerste plafond (30% voordeel). Wil je gebruikmaken van het hogere plafond met 25% voordeel? Dan ben je wettelijk verplicht om dat elk jaar uitdrukkelijk te bevestigen aan je bank of verzekeraar. Doe je dat niet, dan zal de bank stortingen boven het eerste grensbedrag simpelweg weigeren of terugstorten.

Haal je er het maximale uit?

Pensioensparen blijft een van de slimste manieren om je eigen toekomst veilig te stellen én direct minder belastingen te betalen. Controleer dus elk najaar je instellingen: zorg dat je niet in de 25%-valkuil trapt door een 'tussenbedrag' te storten, en overweeg om voor het komende jaar meteen vanaf januari te starten met een automatische maandelijkse storting. Zo werkt je geld het hele jaar door voor jou, en niet andersom.
loading

Loading