Na een zorgwekkende stijging in de afgelopen jaren, is er eindelijk een kentering zichtbaar in de Belgische pensioenstatistieken. Nieuwe cijfers van Eurostat tonen aan dat het verschil tussen wat mannen en vrouwen gemiddeld ontvangen na hun loopbaan vorig jaar met circa 5 procentpunt is afgenomen. Hoewel deze daling hoopgevend is, blijft de realiteit voor Belgische vrouwen pittig: ons land kampt nog steeds met een van de grootste pensioenkloven binnen de Europese Unie. Dat meldt onder meer De Morgen.
Benelux voert negatieve ranglijst aan
De cijfers plaatsen België in een weinig benijdenswaardig rijtje. Samen met buurlanden Nederland en Luxemburg behoort België tot de vijf EU-lidstaten waar de ongelijkheid op de pensioenrekening het grootst is. Gemiddeld krijgen gepensioneerde mannen in België ruim een kwart meer gestort dan hun vrouwelijke generatiegenoten.
Wanneer we niet naar het gemiddelde, maar naar de mediaan kijken — het bedrag dat de 'doorsnee' gepensioneerde ontvangt — is het verschil iets minder extreem. In dat scenario bedraagt de kloof ongeveer 18 procent in het voordeel van de mannen. Dat het gemiddelde verschil veel groter is dan de mediaan, wijst erop dat de echte grote uitschieters vooral te vinden zijn bij de allerhoogste mannenpensioenen.
De grens van 2.000 euro
De ongelijkheid wordt pijnlijk duidelijk wanneer we naar de exacte bedragen kijken die maandelijks worden uitgekeerd. Bij de vrouwen die onlangs stopten met werken, moet maar liefst 70 procent het stellen met een bruto rustpensioen van minder dan 2.000 euro. Meer dan de helft van deze groep ontvangt zelfs minder dan 1.500 euro per maand. Bij de mannen is de situatie nagenoeg omgekeerd: daar slaagt meer dan de helft erin om de kaap van 2.000 euro bruto te overschrijden.
Aanvullend pensioen als boosdoener
Hoewel het wettelijk
pensioen (de eerste pijler) een deel van de loonverschillen probeert op te vangen via herverdeling, zorgt het aanvullend pensioen via de werkgever (de tweede pijler) juist voor een vergroting van de kloof. Er spelen hier twee factoren een rol:
- Deelname: Bijna 70 procent van de mannen bouwt een extra potje op via de werkgever, terwijl dat bij vrouwen minder dan de helft is.
- Kapitaal: Mannen die wel een aanvullend pensioen hebben, sparen gemiddeld bijna 90.000 euro bij elkaar. Bij vrouwen ligt dit gespaarde bedrag gemiddeld slechts rond de 42.000 euro.
Deze verschillen vinden hun oorsprong al vroeg op de werkvloer, waar vrouwen nog steeds geconfronteerd worden met loonverschillen en vaker deeltijds werken. Het wettelijk systeem compenseert dit deels, maar de extra extralegale voordelen trekken de scheve situatie weer volledig uit balans.