De meeste mensen smeren zonnecrème zodra de zon fel begint te schijnen. Toch maken verrassend veel mensen daarbij dezelfde fout, waardoor de bescherming tegen schadelijke uv-stralen veel lager uitvalt dan gedacht. Volgens dermatologen ligt het probleem meestal niet bij de kwaliteit van de zonnecrème, maar bij de manier waarop we ze gebruiken.
Wie denkt dat één keer smeren voldoende is voor een hele dag, komt vaak bedrogen uit.
Te weinig zonnecrème gebruiken
De grootste fout is dat mensen simpelweg te weinig zonnecrème aanbrengen. De beschermingsfactor (SPF) die op de verpakking staat, wordt namelijk alleen gehaald wanneer voldoende product wordt gebruikt.
Voor een gemiddelde volwassene is ongeveer 30 tot 35 milliliter nodig om het hele lichaam goed in te smeren. Dat komt overeen met ongeveer zes à zeven theelepels: één voor het gezicht en de hals, één voor elke arm, twee voor de benen en twee voor romp en rug.
In de praktijk gebruiken veel mensen slechts een derde tot de helft van die hoeveelheid. Daardoor biedt een zonnecrème met SPF 50 in werkelijkheid soms nog maar een bescherming die dichter bij SPF 20 of 25 ligt.
Opnieuw smeren blijft noodzakelijk
Een tweede veelgemaakte fout is denken dat een hoge SPF betekent dat je de hele dag beschermd bent.
Dat klopt niet. Zonnecrème slijt door zweten, afdrogen met een handdoek, zand en gewoon door beweging. Daarom raden dermatologen aan om minstens om de twee uur opnieuw te smeren wanneer je buiten bent.
Na zwemmen of intensief zweten is opnieuw aanbrengen zelfs noodzakelijk, ook wanneer op de verpakking "waterbestendig" staat. Waterbestendig betekent namelijk niet dat de zonnecrème volledig op de huid blijft zitten.
Te laat smeren
Veel mensen brengen zonnecrème pas aan wanneer ze al buiten in de zon zitten.
Dat is niet ideaal. Chemische uv-filters hebben doorgaans ongeveer 15 tot 30 minuten nodig om optimaal te werken. Daarom adviseren experts om zonnecrème al thuis aan te brengen voordat je vertrekt.
Minerale zonnefilters werken meteen na het aanbrengen, maar ook daarbij is vooraf smeren handig om geen plekjes te vergeten.
Vergeten zones
Opvallend is hoeveel lichaamsdelen regelmatig worden overgeslagen.
Dermatologen zien vooral vaak verbrandingen op:
-
de oren;
-
de lippen;
-
de nek;
-
de hoofdhuid (vooral bij dun haar of een scheiding);
-
de bovenkant van de voeten;
-
de handen;
-
de oogleden.
Voor de lippen bestaan speciale lippenbalsems met SPF. Wie weinig haar heeft of een duidelijke scheiding draagt, doet er goed aan ook daar bescherming aan te brengen of een pet of hoed te dragen.
Ook smeren als het bewolkt is
Een hardnekkige misvatting is dat zonnecrème alleen nodig is bij fel zonlicht.
Tot ongeveer 80 procent van de uv-straling kan door lichte bewolking heen dringen. Daardoor kun je ook op een grijze zomerdag verbranden, zeker wanneer de uv-index hoog is. De uv-index geeft een veel betrouwbaarder beeld van het risico dan de temperatuur alleen.
Zonnecrème is maar één onderdeel
Hoewel zonnecrème een belangrijk hulpmiddel is, vormt ze geen vrijgeleide om onbeperkt in de zon te blijven. Dermatologen benadrukken dat schaduw opzoeken tussen ongeveer 12.00 en 15.00 uur, beschermende kleding dragen, een zonnebril gebruiken en een hoed of pet dragen minstens even belangrijk zijn.
Voor baby's jonger dan zes maanden geldt bovendien dat directe zon zoveel mogelijk vermeden moet worden.
De juiste gewoonte maakt het verschil
De meeste zonnebrand kan eenvoudig worden voorkomen door enkele eenvoudige gewoonten aan te nemen: royaal smeren, regelmatig opnieuw aanbrengen en geen lichaamsdelen vergeten. Zo haal je daadwerkelijk de bescherming die op de verpakking staat en verklein je niet alleen de kans op een pijnlijke verbranding, maar ook op vroegtijdige huidveroudering en huidkanker op langere termijn.
Een fles zonnecrème kiezen is dus maar de eerste stap. Hoe je ze gebruikt, bepaalt uiteindelijk hoeveel bescherming je huid echt krijgt.