Zodra de zon zich laat zien, grijpen de meeste mensen naar zonnecrème. Dat is een goede gewoonte, maar volgens dermatologen en gezondheidsorganisaties maken veel mensen daarbij dezelfde fout: ze smeren pas wanneer ze al buiten staan of net voordat ze op het strand, terras of in de tuin de zon in gaan. Daardoor is de huid vaak al onvoldoende beschermd op het moment dat ze wordt blootgesteld aan uv-straling.
Waarom timing belangrijk is
Zonnecrème werkt niet altijd onmiddellijk optimaal. Vooral chemische uv-filters hebben tijd nodig om zich goed aan de bovenste huidlaag te hechten. Daarom adviseren onder meer dermatologen en organisaties zoals de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Europese huidkankerorganisaties om zonnecrème ongeveer 15 tot 30 minuten vóór blootstelling aan de zon aan te brengen.
Minerale of fysische filters, die onder meer zinkoxide of titaniumdioxide bevatten, beginnen wel meteen uv-straling te weerkaatsen zodra ze op de huid zitten. Toch raden experts ook hierbij aan om vooraf te smeren. Zo voorkom je dat je lichaamsdelen vergeet en krijgt de crème de kans zich gelijkmatig over de huid te verdelen.
We smeren meestal ook veel te weinig
Een tweede veelgemaakte fout is de hoeveelheid. Om de beschermingsfactor (SPF) te halen die op de verpakking staat, is verrassend veel zonnecrème nodig.
Voor een gemiddelde volwassene komt dat neer op ongeveer 30 tot 35 milliliter voor het volledige lichaam. Dat is ongeveer zes tot zeven theelepels: één voor het gezicht en de hals, één voor elke arm, twee voor de benen en twee voor de romp.
In de praktijk gebruiken de meeste mensen slechts een derde tot de helft van die hoeveelheid. Daardoor biedt een zonnecrème met SPF 50 vaak veel minder bescherming dan gedacht.
Vergeet deze plekken niet
Dermatologen zien elk jaar opnieuw dezelfde plaatsen verbranden. Vooral de oren, de achterkant van de nek, de wreef van de voeten, de handen, de lippen en de hoofdhuid bij mensen met dun of weinig haar worden vaak vergeten.
Ook de oogleden en de huid rond de ogen zijn gevoelig voor uv-schade. Gebruik daar bij voorkeur een zonnecrème die geschikt is voor het gezicht of draag een zonnebril met uv-bescherming.
Eén keer smeren is niet genoeg
Veel mensen denken dat ze voor een hele dag beschermd zijn na één keer smeren. Dat klopt niet.
Door zweten, zwemmen, afdrogen met een handdoek en gewoon bewegen verdwijnt een deel van de zonnecrème. Daarom adviseren experts om minstens elke twee uur opnieuw te smeren. Na zwemmen of hevig zweten is opnieuw aanbrengen nog belangrijker, ook wanneer op de verpakking "waterbestendig" staat vermeld.
Ook bij bewolkt weer kan je verbranden
Een hardnekkige misvatting is dat zonnecrème alleen nodig is bij fel zonlicht. Toch bereikt een groot deel van de uv-straling ook op bewolkte dagen het aardoppervlak. Dunne bewolking houdt uv-stralen nauwelijks tegen.
Wie lange tijd buiten wandelt, fietst, sport of op een terras zit, kan dus ook op minder zonnige dagen huidschade oplopen.
SPF is geen vrijgeleide
Een hogere SPF betekent niet dat je onbeperkt in de zon kunt blijven. SPF 30 blokkeert ongeveer 97 procent van de uv B-straling, terwijl SPF 50 ongeveer 98 procent tegenhoudt. Geen enkele zonnecrème biedt een volledige bescherming.
Dermatologen benadrukken daarom dat zonnecrème slechts één onderdeel is van zonbescherming. Vermijd de felste zon tussen ongeveer 12 en 15 uur, zoek regelmatig de schaduw op, draag beschermende kleding, een pet of hoed en gebruik een zonnebril met uv-filter.
Bescherm je huid, ook op lange termijn
Zonnebrand lijkt misschien een tijdelijk ongemak, maar herhaalde blootstelling aan uv-straling versnelt de huidveroudering en verhoogt het risico op huidkanker, de meest voorkomende vorm van kanker in België.
Door zonnecrème tijdig en voldoende aan te brengen, regelmatig opnieuw te smeren en ook andere beschermingsmaatregelen te nemen, verklein je dat risico aanzienlijk. Een paar minuten voorbereiding vóór je naar buiten gaat, kunnen op lange termijn een groot verschil maken voor de gezondheid van je huid.