Vanaf september verandert de manier waarop een deel van de Belgische pensioenen wordt geïndexeerd. Gepensioneerden met een bruto
pensioen boven 2.000 euro krijgen niet langer op het volledige bedrag dezelfde automatische verhoging. De maatregel maakt deel uit van de zogenaamde centenindex, die de federale regering in 2026 heeft ingevoerd.
Voor wie met een hoger pensioen zit, kan dat op termijn een merkbaar verschil maken.
Wat verandert er precies?
De automatische indexering blijft bestaan, maar wordt voor pensioenen boven 2.000 euro begrensd. Bij een indexering van 2 procent wordt die verhoging berekend op maximaal 2.000 euro bruto per maand.
Een gepensioneerde met bijvoorbeeld 2.000 euro bruto krijgt bij een indexering van 2 procent dus 40 euro bruto erbij. Wie 3.000 euro bruto pensioen ontvangt, krijgt eveneens maximaal die 40 euro op dit moment. Het verschil zit in het bedrag boven de grens: daarop wordt de indexering niet op dezelfde manier toegepast.
De eerste toepassing komt er in september 2026. Dat volgt op de overschrijding van de spilindex in juni. Volgens het Federaal Planbureau worden de sociale uitkeringen daardoor in september met 2 procent aangepast, maar wordt voor de centenindex enkel de schijf tot 2.000 euro meegenomen.
Vooral hogere pensioenen worden getroffen
De maatregel heeft dus geen impact op iedereen die een pensioen ontvangt. Wie onder de grens van 2.000 euro bruto zit, behoudt voor deze indexering de volledige verhoging.
De gevolgen worden groter naarmate het pensioen hoger ligt. Bovendien kan het verschil zich bij toekomstige indexeringen verder opstapelen. De precieze impact verschilt daarbij per pensioenbedrag en per toekomstige indexaanpassing.
Miljoenenimpact op langere termijn
De centenindex is niet alleen relevant voor de maandelijkse pensioenfiche. De maatregel moet ook de overheidsuitgaven beperken. Volgens ramingen die in de berichtgeving over de begrotingsmaatregelen worden aangehaald, lopen de besparingen op pensioenen tegen 2030 op tot honderden miljoenen euro per jaar.
Tegelijk wijst de Studiecommissie voor de Vergrijzing erop dat de hervormingen van de pensioenen op langere termijn de relatieve levensstandaard van gepensioneerden tegenover werkenden doen dalen.
De discussie gaat daardoor verder dan één indexering. Voor de regering is de maatregel onderdeel van de begrotingsinspanning. Voor tegenstanders betekent hij vooral dat een deel van de automatische bescherming tegen stijgende prijzen wordt afgezwakt.
Voor gepensioneerden met een pensioen boven 2.000 euro wordt september alvast het moment waarop de nieuwe regeling voor het eerst zichtbaar wordt op de pensioenbedragen.