Bijna alle bestuurders gebruiken hun mistlichten verkeerd
• Verkeer

doorFabian Morren
Mist, regen en donkere ochtenden: in deze periode van het jaar krijgen automobilisten vaker te maken met moeilijke weersomstandigheden. Heel wat bestuurders schakelen dan hun mistlichten in, maar niet iedereen weet wanneer dat precies toegelaten of zelfs verplicht is. Vooral het rode mistlicht achteraan wordt regelmatig verkeerd gebruikt. En dat kan behoorlijk storend én gevaarlijk zijn voor andere weggebruikers.
In België gelden nochtans duidelijke regels voor het gebruik van mistlichten. Er is bovendien een belangrijk verschil tussen de mistlampen vooraan en achteraan.
Wanneer moet je je mistlicht achteraan inschakelen?
Het achterste mistlicht herken je aan het felle rode lampje op het dashboard. Dat licht is veel krachtiger dan de gewone achterlichten en heeft een duidelijke functie: ervoor zorgen dat bestuurders achter je voertuig je tijdig opmerken wanneer het zicht bijzonder slecht is.
Bij mist of sneeuwval ben je verplicht het achtermistlicht te gebruiken zodra je minder dan ongeveer 100 meter ver kunt zien. Ook bij felle regen moet je het inschakelen wanneer de zichtbaarheid tot minder dan ongeveer 100 meter is teruggebracht.
Dat is dus niet hetzelfde als gewoon een regenbui of wat nevel. Het gaat om omstandigheden waarin je zicht ernstig beperkt is.
Voormistlichten: die mag je niet zomaar gebruiken
Ook de mistlichten vooraan worden regelmatig verkeerd gebruikt. Sommige automobilisten schakelen ze standaard in zodra het begint te regenen of wanneer het buiten wat donkerder wordt. Dat mag niet.
Voormistlichten zijn in België niet verplicht. Je mag ze alleen gebruiken bij mist, sneeuwval of felle neerslag die de zichtbaarheid tot minder dan ongeveer 100 meter beperkt. Ze mogen de gewone dimlichten of grootlichten vervangen, maar kunnen ook samen daarmee branden.
Het verschil is dus belangrijk: de voorste mistlichten zijn een hulpmiddel bij uitzonderlijk slechte zichtbaarheid, geen extra verlichting voor dagelijks gebruik.
Waarom is het gevaarlijk om je mistlichten te laten branden?
Vooral het achterste mistlicht kan andere bestuurders hinderen. Het rode licht is bijzonder fel en kan bij normale weersomstandigheden verblindend werken.
Bovendien kan het ervoor zorgen dat gewone remlichten minder goed opvallen. Wie achter je rijdt, kan daardoor moeilijker inschatten wanneer je daadwerkelijk remt.
Zodra je uit een mistbank rijdt of de zichtbaarheid opnieuw voldoende goed is, moet je de mistlichten uitschakelen. Ze blijven dus niet branden omdat je ze enkele kilometers eerder nodig had.
Let ook op met automatische verlichting
Een ander probleem bij moderne auto's is de automatische verlichting. Veel bestuurders vertrouwen volledig op de automatische stand van hun wagen. Dat is niet altijd verstandig.
Bij mist overdag kan het bijvoorbeeld gebeuren dat de dagrijverlichting vooraan brandt, terwijl de achterlichten niet ingeschakeld zijn. Je auto is dan vooraan zichtbaar, maar achteraan veel minder goed.
Controleer daarom bij slecht zicht altijd of je dimlichten en achterlichten daadwerkelijk branden. Alleen vertrouwen op de automatische stand kan gevaarlijke situaties opleveren.
Veilig Verkeer+1
Wanneer moet je gewone dimlichten gebruiken?
Ook zonder mistlichten zijn er duidelijke regels. In België moet je dimlichten gebruiken wanneer het donker wordt en wanneer de zichtbaarheid overdag door bijvoorbeeld regen, mist of sneeuw onder ongeveer 200 meter zakt.
Dat betekent dat je niet moet wachten tot het bijna onmogelijk wordt om de weg te zien. Bij zware regenval of slecht winterweer kunnen gewone dimlichten al noodzakelijk zijn voordat je achtermistlicht verplicht wordt.
De Federale Politie benadrukt bovendien dat bestuurders bij mist hun snelheid moeten aanpassen, voldoende afstand moeten houden en voorzichtig moeten remmen.
Lees ook
loading
Loading











