Wanneer het vulpistool afslaat met een duidelijke klik, is dat een teken dat de tank vol is. Veel mensen proberen er daarna nog wat extra liters bij te persen om het bedrag af te ronden of om de actieradius te vergroten.
Dit is echter zinloos en potentieel schadelijk. Moderne auto’s zijn uitgerust met een complex ORVR-systeem (Onboard Refueling Vapor Recovery). Dit systeem is ontworpen om benzinedampen op te vangen zodat ze niet in de atmosfeer terechtkomen. Als je de tank te vol gooit, stroomt er vloeibare brandstof in de leidingen die eigenlijk alleen voor dampen bedoeld zijn.
Schade aan het actieve koolstoffilter
De grootste technische boosdoener is het canister (het koolstoffilter). Dit onderdeel filtert de schadelijke dampen. Wanneer je doortankt, kan er vloeibare benzine in dit filter terechtkomen.
- Verstikking: De actieve kool raakt verzadigd met vloeistof in plaats van damp.
- Storingen: Dit activeert vaak het "Check Engine"-lampje op je dashboard.
- Reparatiekosten: Een verzadigd koolstoffilter moet vaak volledig vervangen worden, wat honderden euro's kan kosten.
Je betaalt voor brandstof die je niet krijgt
Naast de technische schade is er een economisch nadeel. Moderne pompen zijn uitgerust met een dampretoursysteem. Wanneer de tank vol is en je blijft knijpen, zuigt de pomp de overtollige brandstof (en de dampen) vaak weer terug het systeem van het tankstation in via een tweede kanaal in de slang.
Je betaalt dus wel voor de liters die door de meter lopen, maar een deel daarvan belandt effectief weer in de opslagtank van het station in plaats van in jouw auto.
Hoe het dan wel moet?
De gouden regel is simpel: stop bij de eerste klik. De ingenieurs die de brandstoftanks ontwerpen, hebben een specifieke expansieruimte ingebouwd bovenin de tank. Brandstof zet namelijk uit als het warmer wordt. Door die ruimte vol te pompen, riskeer je dat er brandstof uit de overloop lekt, wat gevaarlijk is voor het wegdek (vooral voor motorrijders) en het milieu.